Decoratief en functioneel

Waarom het nuttige niet met het aangename verenigen? Of eigenlijk het aangename met het aangename combineren. Een broodje aap is niet altijd lekker, maar het Engelse internettijdschrift The Register dist ons wel een uiterst smakelijke versie op, gelardeerd met hilarische zinspelingen en opgemaakt met Monty Python-achtige absurditeiten.

And now for something completely different: A man with a tape recorder up his nose.

band recorder up his nose Altijd afgevraagd of 80% water niet wat veel is, en of de holtes in het hoofd niet met een recorder, een harde schijf of een snellere processor kunnen worden opgevuld. Eentje die niet moe wordt, geen fouten maakt en zonder enige moeite de ene naar de andere complexe berekening of vertaling eruit spuugt. Vervolgens wat vet rond het middel uitzuigen en een riem van geheugenchips injecteren: doe je voordeel met de nieuwe technieken!

And now for something completely different: A man with a tape recorder up his brother’s nose.
“Decoratief en functioneel” verder lezen

Mijnheer de voorzitter, ik eh

Voorzitter Op de website van de Tweede Kamer is maandag 3 oktober 2005 een experiment gestart om gedurende zes maanden de informatie van de site door een computerstem te laten voorlezen. Op iedere pagina staat een icoontje dat men kan aanklikken. Dat geeft een aardige kijk op de stand van zaken van de moderne spraak-technologie: bij vlagen klinkt de stem zeker natuurlijk, maar af en toe is hij moeilijk te verstaan en is de intonatie vreemd.

Nieuw is spraaktechnologie op het internet niet. Zo biedt de Opera browser al langer de mogelijkheid om (teksten op) websites voor te lezen. De browser laat zich zelfs met de stem besturen. Dit vergt wel enige gewenning, maar het is zeker fascinerend om schreeuwend en tierend het internet af te surfen.

Maanziek.nl heeft enkele voorbeelden gemaakt: op de site van de Tweede Kamer spreekt een vrouw, Opera biedt de keuze tussen een man en een vrouw. Opera leest vooralsnog alleen Engels; een Nederlandse pagina klinkt als een aangeschoten Amerikaan met een hazenlip.

Op de site van de Tweede Kamer kunnen zelfs hele plenaire debatten worden afgespeeld. Een spannende politiek hoorspel levert het niet op, maar lichtelijk absurd is het resultaat zeker, voornamelijk veroorzaakt door het monotone, plichtmatige karakter van de meisjesstem.

Nu maar wachten tot de eerste samples van miskleunen van minister Verdonk opduiken in rap-nummers of televisieprogramma’s.

Pluk de sinaasappel…

De mooiste muziek wordt met het hart gezongen en de ziel beleefd. De stem is slechts een instrument dat vaak zacht en af en toe hard klinkt.

Eten en drinken in overvloed, maar op een gemiddeld Hollands feest is livemuziek een uitzondering; men verkiest de eenvoud van elektrische herrie. Waarom eigenlijk? Het antwoord op deze vraag ligt natuurlijk bij de optredende muzikanten. Het mag een feest zijn, voor hèn is er weinig te vieren. Een pratende muur van gasten die met hun rug naar het podium staan, dat is hun uitzicht. En dat kan je een gewaardeerde muzikant niet aan doen. Maar goed, voor vrienden doe je alles.

FlamencodanseresDeze bevriende dame zong de graspollen uit de aarde, begeleid door een virtuoos spelende gitarist. “Bij de zigeuners opgegroeid, dan leer je wel schreeuwen”: vatte de vader van het feestvarken het optreden samen en vervolgde: “Mijn zoon heeft bij haar dansles gehad. Daar kent hij haar van. Mooi hè”

“Pluk de sinaasappel en gooi hem in één vloeiende beweging weg.” Dat is de flamencodans samengevat in één zin, leerde ik van een andere kenner. Een mooie oneliner. In ieder geval beeldender dan flamenco voor dummies. “…en veeg je hand dan schoon aan je jurk”, zou ik nog willen toevoegen, want die wapperende jurk doet elke koele kikker kwaken.

Flamencodansles voor de man, dat zou iets moeten zijn voor bootwerkers of leerlooiers, want wat doet de man? Wel, die staat er bij, draait met zijn heupen en klapt zijn handen stuk. Hij stuwt – verrassend ondergeschikt – het ravissante vertoon van vrouwelijkheid tot een ongekend hoogtepunt. Eelt kan je dus wel gebruiken als levende ritmesectie. Flamenco stamt volgens bronnen af van het Arabische Fellahmengu, dat boer zonder land betekent.

Hadden de Hollandse boeren behalve land ook geen klompen gehad en waren de Marokkanen wat eerder naar ons land verhuisd, wie weet wat voor mooie muziekgeschiedenis we dan in dit land gekend hadden. De muziek ontroerde mij, tranen in mijn ogen als sinaasappelen zo groot.

Kunstenaarsverlangen

Ontmoetingen (2)

Misschien wou ik kunstenaar worden, ooit tenminste wel. Ik droomde over een leven gevuld met drank, en vrouwen, en zielloos geklieder op een doek, BKR-regelingen of tenminste een eeuwigdurend abonnement op de sociale dienst. Om alvast wat te oefenen ging ik naar de Rietveld. De vooropleiding.

Het begin zag er goed uit. Mijn schilderijen waren sterk en de docente fotografie prees mijn fotowerk. Mijn medeleerlingen, jaloers op mijn talent, gaven me de cynisch bedoelde bijnaam Guru, die ik echter in dank aanvaardde. Halverwege het jaar kregen we het vak beeldende kunst. De leraar heette Brad en was een knappe gedrongen man van een jaar of 40 met spierwit haar en scherpe, felle ogen. Hij gaf ons als huiswerk mee een object te maken over het thema “Tijd”.

Tsja wat doe je dan als aanstormend kunstenaar. Ik besloot om een brein van papiermaché te kokkerellen waaruit een halfverbrand boek stak en noemde dit: Herinneringen, verteerd door de tijd. Het zag er in elk geval schitterend realistisch uit. Dat vonden mijn medeleerlingen ook toen we op de Rietveld onze creaties ten toon stelden in het klaslokaal.

Toen kwam Brad binnen en werd het stil. Met de handen op zijn rug gevouwen liep hij langs de kunstwerken, af en toe onderbroken door een mompelend zo-zo. Voor mijn boek-met-brein stond hij stil, bekeek het van alle kanten en vroeg toen: `Van wie is dit?` De hele klas keek mij aan, en ik stak fier mijn hand op. Brad keek me een halve minuut onderzoekend aan en beet me toen toe: `walgelijk`. Ik voelde een diepe steen in mijn maag zakken en hoorde van heel ver weg iemand vragen: `Waarom is dat walgelijk meneer?`. Juist, dat was een goede vraag! Brad wees naar mijn gedevalueerde werk en zei met overslaande stem: `Dit, dit probeert zo overduidelijk mooi te zijn dat het irriteert, dat is geen kunst, dat is dat is….`. `Kitsch`, vulde iemand aan. `Geeneens dat` zei Brad minachtend, `hooguit een slechte Sinterklaas-surprise`.

Daarmee was mijn demasqué als kunstenaar een feit. Want Brad bleek werken van anderen briljant te vinden. Vooral van meisjes en nog meer van mooie meisjes en het meest van onzekere mooie meisjes. Die als een blad aan de boom voor de charmes van deze omnipotente kunstenaar vielen. Want niet ik maar Brad leefde zich uit in sex, kunst en drugs. Een vriendin vertelde me van een feestje met veel drank en cocaïne wat in een orgie uitmondde. Ook gingen er geruchten over zijn SM-voorkeuren. Brad in zwart leer gestoken met zweepjes over de billen van gedienstige sexslavinnen.

Rene Magritte Later kreeg ik een baan, een relatie en een dochter. Brad zag ik nooit meer: strikt gescheiden milieu. Tot vorige week toen ik naar de crèche ging om mijn peuter op te halen. Daar, midden op het speelplein van de crèche, liep Brad naast een vrouw. Een jochie rende op het paar af en riep verheugd, `papa, mama!`. Met het gevoel dat ik naar een absurdistisch tableau van Rene Magritte keek, observeerde ik de vrouw die Brad zover had gekregen dat hij het vaderschap had aanvaard. Ik zag een slonzige en verlopen vrouw van ver boven de veertig van wie de laatste eicel nog net door Brad was bevrucht. Of door een spermadonor, opeens leek alles me mogelijk.

Terwijl de vrouw hun zoontje oppakte, wendde Brad zijn blik af en dwaalde onrustig over het schoolplein om uiteindelijk te fixeren op een andere moeder die over het pleintje liep. Haar jurk waaide op en haar lange benen werden zacht beschenen door de namiddagzon. En verbeeldde ik het me nou, of hoorde ik hem echt zachtjes `zo-zo` mompelen?

Multi-culti

Het beste van de multiculturele samenleving is te vinden in Snackbar Centrum, inderdaad in het midden van de stad. Bestel daar eens een showarmaschotel. Daarop ligt alles aan garnituur wat als “Hollands” geldt: rodekoolsnippers, komkommer, tomaat, “zuur”, paprika en ui, overgoten met de dressing waar de Nederlandse cultuur patent op heeft: een glazig, lobbig en zurig mengsel voorzien van rode en groene snippertjes. Voor de kleur. Op de showarmaschotel ligt natuurlijk ook showarma, waarover later meer. Maar eerst en vooral is daar de berg patat, overkloddert met overheerlijke mayo, danwel fritessaus en natuurlijk ook met ketchup, veel en rood. Deze fusionschotel heeft als toppunt uiteraard de los gebakken showarma, niet van schaap, dat niet, maar wel met een poederig mengsel van showarmakruiden, zodat het geheel toch authentiek aandoet. Om het af te maken wordt daarnaast op een klein dienblaadje nog een serie sauzen gepresenteeerd: knoflookmayo, grove uiensaus en een roze cocktailmengsel. Genieten geblazen, en maar acht Euro.

Wishlist Maanziek.nl

Hier volgt een opsomming van missing features en gewenste verbeteringen. Alleen ingelogde gebruikers zien deze post en kunnen aanbevelingen doen. En die vernemen we graag!

Wishlist gepland:

  • verbeterde archief weergave
  • linkje om bepaalde post te emailen naar iemand
  • overzicht posts per schrijver
  • op de verschillende pagina’s lijsten van relevante posts uit die categorie

Wishlist:

Ontmoetingen (1)

Tim

Bij de apenrots in Artis botste ik letterlijk tegen hem op. Tim. Ik had hem al minstens zes jaar niet gezien. Zo’n vriend met wie je alleen contact hebt als hij jou ergens voor kan gebruiken. Of jij hem. Kennelijk hadden we elkaar zes jaar lang niet nodig gehad.

Hij zag er veel ouder uit, grijs aan de slapen. Zijn gezicht was doortrokken met diepe groeven. Zijn dochter, toen een parmantig kleutertje, stond naast hem en was al aan het puberen. Zijn vrouw had mij ook gezien en kwam verheugd aangelopen. Zij was geen spat veranderd.

Tim was zes jaar geleden directeur van een liefdadigheidsinstelling en had, zoals je dat noemt, een veelbelovende carrière. Nieuwsgierig vroeg ik hem wat hij nu deed. “Niets”, antwoordde hij mat. Ik keek hem niet begrijpend aan. “Ik ben al drie jaar werkeloos”, verduidelijkte hij. Ik kon me dat nauwelijks voorstellen, Tim was altijd een werkpaard geweest en bovendien een innemende en charmante persoonlijkheid die snel een baan zou moeten vinden. Ik vroeg hem hoe dat dan toch was gekomen. “Gewoon” antwoordde hij en er verscheen een zurige glimlach op zijn gezicht, “ontslag genomen en niet meer aan de bak gekomen”. Ik wou veel meer van hem weten, maar zijn dochter trok verveeld aan zijn arm. We beëindigden het gesprek met de belofte om elkaar snel te bellen. Ik twijfelde of ik dat ook zou gaan doen.


Het was net gaan zomeren en het leven in Artis straalde er uitbundig op los. Twee reuzenschildpadden voerden onder dof gekreun hun paringsdans uit. Ik dacht na over Tim. Tim had zich letterlijk omhooggewerkt in het leven. Begonnen als verpleger was hij opgeklommen tot directeur van een pluimage aan maatschappelijke organisaties. Zinvol werk, verantwoordelijk werk. Dat hij nu werkeloos was, luchtte me op een vreemde manier ook op. Zijn gedrevenheid confronteerde me vroeger met mijn eigen gebrek daaraan en zijn werklust weerlegde mijn eigen passiviteit. Het feit dat zelfs hij op zijn veertigste op de bank thuis kon zitten, vond ik een geruststellend idee.

Nadat ik een uur richtingloos door Artis had geslenterd, besloot ik naar het apenhuis te gaan. Vlak voor het gebouw zag ik plotseling van dichtbij Tim op een bankje zitten. Hij had zijn handen voor zijn ogen geslagen en zijn schouders schokten. Zijn vrouw en dochter zaten naast hem. Zijn dochter had een arm om haar pappa geslagen en er rolde een traan uit haar ooghoek.

Ik was onzeker over wat ik moest doen. Doorlopen en net doen alsof ik hen niet gezien had was laf en misschien zelfs onwaarschijnlijk, maar me ermee bemoeien bracht het gevaar met zich mee van een ongewenste inbreuk op hun intimiteit. Terwijl ik doorliep en Tim hoorde snikken, veinsde ik belangstelling voor de werkelijk prachtig bloeiende jasmijn voor me. Ik suste mijn onrust met de gedachte dat ik hem toch niet zo goed kende en nu ook niets voor hem kon betekenen.

Opeens had Artis veel van zijn glans verloren. De apen hingen lusteloos in hun kooi. Buiten dreef in de vijver met de flamingo’s een dode rat. Het verderf was opmerkelijk dichtbij gekomen.