Taal en internet maakt geen internettaal

Tuurlijk is het internet een snelweg, maar wie snel wil reizen maakt zich ook licht. Op de techniekpagina geeft Maanziek.nl een overzicht van het jargon van internetgebruikers. De acroniemen van vandaag zijn natuurlijk morgen veranderd, maar toch geeft het een goed beeld van hoe taal zich ontwikkelt en aanpast aan nieuwe communicatietechnieken. Schrijftaal is anders dan spreektaal, het gebruik van officiële taal is een blijk van status en een goede opleiding, de internetter surft, snelt, leest en ziet, en kort in. Klinkers zijn geluid, en geluid is op het internet een teken van slechte smaak: overbodig en storend. FYI, ASAP & CU “Taal en internet maakt geen internettaal” verder lezen

Tel al mijn vrienden op en ik ben minder dan de som

Vrienden kies je voor het leven, luidt een oude volkswijsheid. Da’s waar, maar de vraag wie kiest wie tot vriend dringt zich gelijk op. Ongetwijfeld kies je vrienden om überhaupt te kunnen leven, en ik werp de verleiding verre van me om hier het woord overleven te plaatsen. Met vrienden geniet je van het leven: een bestaan zonder vrienden is als een bergmadeliefje dat bloeit van de zon en gevoed wordt door de regen en daar houdt het wel mee op. De mooiste bloemen staan temidden van duizend anderen, en de allermooiste bloem is nog nooit ontloken.

Vervang vrienden door gedachten “Tel al mijn vrienden op en ik ben minder dan de som” verder lezen

zeg maar orpheus met een mond vol grind

Hoe vaak sta je niet met een open mond naar iets te kijken. Van bewondering of van ontzag, vergeten waar je bent en hoe je staat, opgenomen in de observatie, weerloos en krachteloos door de uitstralende pracht. Het basiliscusoog staart, de schoonheid fascineert, de indruk verwart de simpele geest met de slechte bedoeling, en kletterend storten de bloedige “zeg maar orpheus met een mond vol grind” verder lezen

Pluk de sinaasappel…

De mooiste muziek wordt met het hart gezongen en de ziel beleefd. De stem is slechts een instrument dat vaak zacht en af en toe hard klinkt.

Eten en drinken in overvloed, maar op een gemiddeld Hollands feest is livemuziek een uitzondering; men verkiest de eenvoud van elektrische herrie. Waarom eigenlijk? Het antwoord op deze vraag ligt natuurlijk bij de optredende muzikanten. Het mag een feest zijn, voor hèn is er weinig te vieren. Een pratende muur van gasten die met hun rug naar het podium staan, dat is hun uitzicht. En dat kan je een gewaardeerde muzikant niet aan doen. Maar goed, voor vrienden doe je alles.

FlamencodanseresDeze bevriende dame zong de graspollen uit de aarde, begeleid door een virtuoos spelende gitarist. “Bij de zigeuners opgegroeid, dan leer je wel schreeuwen”: vatte de vader van het feestvarken het optreden samen en vervolgde: “Mijn zoon heeft bij haar dansles gehad. Daar kent hij haar van. Mooi hè”

“Pluk de sinaasappel en gooi hem in één vloeiende beweging weg.” Dat is de flamencodans samengevat in één zin, leerde ik van een andere kenner. Een mooie oneliner. In ieder geval beeldender dan flamenco voor dummies. “…en veeg je hand dan schoon aan je jurk”, zou ik nog willen toevoegen, want die wapperende jurk doet elke koele kikker kwaken.

Flamencodansles voor de man, dat zou iets moeten zijn voor bootwerkers of leerlooiers, want wat doet de man? Wel, die staat er bij, draait met zijn heupen en klapt zijn handen stuk. Hij stuwt – verrassend ondergeschikt – het ravissante vertoon van vrouwelijkheid tot een ongekend hoogtepunt. Eelt kan je dus wel gebruiken als levende ritmesectie. Flamenco stamt volgens bronnen af van het Arabische Fellahmengu, dat boer zonder land betekent.

Hadden de Hollandse boeren behalve land ook geen klompen gehad en waren de Marokkanen wat eerder naar ons land verhuisd, wie weet wat voor mooie muziekgeschiedenis we dan in dit land gekend hadden. De muziek ontroerde mij, tranen in mijn ogen als sinaasappelen zo groot.

De bal was uit!

Na de tenniswedstrijd laten we het leed verzachten door een biertje en een borrel. Onwennig aan tafel gezeten verplaatst de onenigheid zich naar een volstrekt ander gebied. Antieke twisten. Opnieuw een strijd, maar nu met woorden en óók nog over woorden.

Hoeveel gedichten van Sapfo hebben ongeschonden onze generatie bereikt?

Aanleiding is uiteraard het onlangs teruggevonden gedicht dat door de Samson van onze vaderlandse dichterij is onderzocht en aan Sapfo is toegeschreven.

Sapfo

Het zou mij en de jongens uit Groningen niets verbazen als die lovende Wiki-bijdrage van eigen makelij is, zo op een Engelse pagina. De aard van beide beestjes. Strijd hoort er bij.

Bij mij staat een pareltje van Sapfo, uitgegeven door Atheneum, in de kast. Achterop lees ik: Eén compleet gedicht, tien langere fragmenten, twintig korte fragmenten en verder stukjes bestaande uit slechts één regel of een woord. Meer is er niet, toch wel 45 pagina’s aan poëzie. Beroemd zijn door 1 gedicht en wat losse woorden, dat is jaloersmakend. Het tot voor kort enige complete gedicht van Sapfo “Ode aan Aphrodite”:

Ποικιλόθρον᾽ ὰθάνατ᾽ ᾽Αφροδιτα,
παῖ Δίοσ, δολόπλοκε, λίσσομαί σε
μή μ᾽ ἄσαισι μήτ᾽ ὀνίαισι δάμνα,
πότνια, θῦμον.

ἀλλά τυίδ᾽ ἔλθ᾽, αἴποτα κἀτέρωτα
τᾶσ ἔμασ αύδωσ αἴοισα πήλγι
ἔκλυεσ πάτροσ δὲ δόμον λίποισα
χρύσιον ἦλθεσ

ἄρμ᾽ ὐποζεύξαια, κάλοι δέ σ᾽ ἆγον
ὤκεεσ στροῦθοι περὶ γᾶσ μελαίνασ
πύκνα δινεῦντεσ πτέῤ ἀπ᾽ ὠράνω 
αἴθεροσ διὰ μέσσω.

αῖψα δ᾽ ἐχίκοντο, σὺ δ᾽, ὦ μάσαιρα
μειδιάσαισ᾽ ἀθάνατῳ προσώπῳ,
ἤρἐ ὄττι δηὖτε πέπονθα κὤττι
δἦγτε κάλημι

κὤττι μοι μάλιστα θέλω γένεσθαι
μαινόλᾳ θύμῳ, τίνα δηὖτε πείθω
μαῖσ ἄγην ἐσ σὰν φιλότατα τίσ τ, ὦ
Πσάπφ᾽, ἀδίκηει;

καὶ γάρ αἰ φεύγει, ταχέωσ διώξει,
αἰ δὲ δῶρα μὴ δέκετ ἀλλά δώσει,
αἰ δὲ μὴ φίλει ταχέωσ φιλήσει,
κωὐκ ἐθέλοισα.

ἔλθε μοι καὶ νῦν, χαλεπᾶν δὲ λῦσον
ἐκ μερίμναν ὄσσα δέ μοι τέλεσσαι
θῦμοσ ἰμμέρρει τέλεσον, σὐ δ᾽ αὔτα 
σύμμαχοσ ἔσσο.

De vertaling kan ik om diverse redenen niet bijvoegen. Ten eerste copyright en ten tweede: Maanziek.nl heeft een klassieke opleiding genoten, maar eerlijk toegegeven, dat is al wat langer geleden en ook voor mij is het nu chocola. Toch maar weer eens het stof van de boeken kloppen en de kennis op peil houden, denk je dan.

Sapfo geboren op Lesbos, schreef in het Lesbisch (jawel!), gebruikster van de saffische strofe, dichteres van liefde en verlangen, bekend om haar ontboezemingen en pregnante overpeinzingen. Wie wil zich daar niet in verdiepen? Overigens is het niet zeker of Sapfo haar gedichten zelf opgeschreven heeft. Gewoon was dat in die tijd niet. Wat bekend is komt uit de overlevering.

In de Middeleeuwen was Sapfo niet erg populair. Paus Gregorius VII schijnt in 1057 een openbare boekverbranding van werken van Sapfo georganiseerd te hebben. De dichteres van liefde en verlangen op de vuurstapel. Wie in godsnaam durft te beweren dat god een synoniem voor liefde is. Op de maan misschien, maar op aarde niet. Zelfs een ruziënde tennisser zit er dichter bij.