van Overal en Over Poëzie van Overal
- de Contrabas: Van Adrichem interviewt Thomas Vaessens 5 Sep 2010
Als aanvulling op het After postmodernism'-dossier van Parmentier maakte Arnoud van Adrichem een interview met Thomas Vaessens over diens geruchtmakende studie De revanche van de roman. Dat interview staat nu online op de website van Parmentier:
AvA: Laten we beginnen met de politieke actualiteit. Na decennia waarin links de boventoon voerde laat nu vooral populistisch-rechts van zich horen, zoals alleen al blijkt uit de eclatante zetelwinst van de PVV. Denk je dat deze 'verrechtsing' in Nederland en België zijn sporen zal nalaten in de laaglandse literatuur?
THomas Vaessens: "Ik weet niet helemaal zeker of het bij het succes van de PVV inderdaad om een verrechtsing gaat. We zien dat sommige politici en opiniemakers ostentatief niet meer geïnteresseerd zijn in wat de intellectuele elite van hun standpunten en redeneringen vindt. Zulke politici weten dat ze er in de wereld van vandaag mee wegkomen wanneer ze hun schouders ophalen voor het intellectuele debat. 'Vindt de deskundige dat? Dan is de deskundige knettergek!' - dat werk. Het kan iemand als Wilders niet schelen dat de Korancitaten in zijn film Fitna (in kringen van Arabisten en Korankenners als tendentieuze parafrases worden ontmaskerd. Hij voert het beginsel dat de meeste stemmen gelden tot de uiterste, tot de lulligste consequentie door. Als half Nederland vindt dat 'we' overspoeld worden door een tsunami van gelukszoekende potentiële terroristen, dan is dat dus waar. Hoewel dit soort retoriek niet speciaal rechts is, is het natuurlijk wel waar dat de intellectuele elite, waarvan de nieuwe populisten zich 'geëmancipeerd' hebben, 'de linkse kerk' genoemd wordt. 'Links' is dan de benaming geworden voor het soort politiek denken dat naar bovenpersoonlijke legitimering van maatregelen en beleid zoekt; dat geworteld is in een rationeel debat, bijvoorbeeld over moraal en ethiek. In de afgelopen campagne zag je dat sterker dan ooit: de analyse achter de soundbites was nauwelijks nog aan de orde. Het is heel cynisch, maar die analyse doet er in de electorale praktijk ook eigenlijk helemaal niet toe. Politici die zich daarvoor niet schamen, zijn opvallend succesvol op het moment. Misschien is literatuur voor hen ook wel een linkse hobby"Over de laatste tendensen in de poëzie zegt Vaessens:
"Ook in de poëzie is de laatste jaren een duidelijke heroverweging van de postmoderne erfenis gaande. Ook dichters zijn minder streng in de postmoderne leer, ze gaan op zoek naar nieuwe vormen van verbinding en engagement. Achteraf gezien had het hoofdstuk in dat boek van Joosten en mij (Postmoderne poëzie in Nederland en Vlaanderen.- 2003) over Robert Anker dààrover moeten gaan: Anker probeert in Goede manieren uit de impasse te komen waar het postmodernisme ons gebracht heeft. Datzelfde zie je ook in het werk van allerlei uiteenlopende jongere dichters van nu, zoals Alfred Schaffer en Ilja Leonard Pfeijffer. En in Vlaanderen eerder al bij Miguel Declercq of Jan Lauwereyns."
Lees het volledige interview op de extra-pagina van Parmentier.
bron
- de Contrabas: En op de zesde en zevende dag... 4 Sep 2010
[Deze les stond nog geen half uur op het web, of daar was al een bericht van Jaap Goedegebuure. Heel goed! Jammer genoeg is het bericht geschreven in de stijl van een loodgieter met letterkundige ambities, maar toch. Er wordt doorgewerkt, en dat is de hoofdzaak.]
Kleine tussenles, voor prof. dr. Jaap Goedegebuure, twee maanden blogkoning van Tirade. Op de wijs van "Janus, Janus". In re: "Bloggen is leuk, maar niet gemakkelijk."
Professor! Het internet wordt ook op zaterdag én zondag bezorgd, – dat gebeurt door stralingen en golven en signalen, die via kabels in de grond en zendmasten en luchtgolvingen worden getransporteerd naar de woonst van mensen met een aansluiting. Dat is zoiets als een abonnement, een aansluiting, maar dan niet gebracht door iemand met een BSN dat hij met zeven andere collega's deelt. Dit abonnement komt zonder dat je het in de gaten hebt je huis in.
Er is overigens één uitzondering. Het Reformatorisch Dagblad legt de server op zondag stil. Hun God (die in het kantoor van de hoofdredacteur woont) is namelijk bang dat hij anders op die dag de aandrift krijgt om naar vieze filmpjes te kijken. De rest van de week kan dat best, maar niet op de ter ere van hem geïnstalleerde rustdag. Terwijl God helemaal niet van rustdagen houdt. Maar dit terzijde.
Wat ik maar wil zeggen, waarde Goedegebuure, is het volgende: schrijf, als je wilt bloggen, elke dag. Al is het maar een kleinigheid. Een schim aan de horizon. Een aforisme. Twee violen en een trommel, en een fluit. Iets. Maar schrijf.
Duim omhoog voor het inmiddels cursief zetten van een boektitel!
Alweer en opnieuw: Graag gedaan!
bron
- de Contrabas: Manuscripta, met Contrabas-auteur in spe 4 Sep 2010
Met ruim 15.000 inzendingen was de eerste editie van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd een groot succes. Tijdens Manuscripta, de feestelijke opening van het boekenseizoen, presenteren we de poëzie van drie winnaars: Albert Bobeldijk, Joris Miedema (die volgend jaar debuteert bij De Contrabas) en Robin Veen. Het programma vindt plaats op zondag 5 september en begint om 15:00 in de Zuiveringshal West 2. Kaarten voor Manuscripta zijn te bestellen via www.manuscripta.nl en kosten € 7,50.
bron
- de Contrabas: Avondeditie 3 Sep 2010
Een goede raad en niet duur als het over Hadewijch gaat: neem gewoon de goedkoopste verhedendaagsing.
Frank Hellemans zoekt de hoogtepunten van de literaire rentrée voor ons uit en signaleert een nieuwe bloemlezing uit de Franse poëzie door Paul Claes, biografieën van M. Vasalis, Karel Van de Woestijne en (hopelijk dit jaar) Maurice Gilliams.
Joan Nederlof gaf een 'staat van het theater' op het Theaterfestival. Ze nam het essay ‘dichters als niet-erkende wetgevers van de wereld’ van Adam Zagajewski en verving 'dichters' door 'theatermakers': Poëzie als wetgever in het domein van de geest, waar ze het bewustzijn van haar lezers beïnvloedt. Poëzie als onmisbare voedende grondslag voor morele beslissingen. Dichters, niet alleen als ijdele wezens, uit op bewondering en effectbejag, maar ook als diep ernstige waarheidszoekers. En dat alles niet saai, maar speels, als een bont weefsel, een carnavalskostuum."
Watou is destijds 'ontstaan uit het "gekke" en nooit aflatende enthousiasme van een dichter/bibliothecaris en zijn vrouw.' De kunstroute van Lo-Reninge gaat dezelfde West-Vlaamse weg op.
Jaap Goedegebuure bewonderaar van Kees Ouwens.
Foto: Waits/Corbijn: fototentoonstelling vanaf 22 sept in de stadsschouwburg van Amsterdam tijdens de opvoering van Shakespeares Richard III met muziek van Tom Waits.bron
- de Contrabas: Noors, feminien en zonder genre: Jenny 'Rockettothesky' Hval 3 Sep 2010
Of ze nu klankgedichten schrijft of gedichten die gezongen kunnen worden of gewoon popsongs, zolang ze haar vrouwelijke stem kan laten klinken zal het de jonge Noorse zangeres/dichter Jenny Hval een zorg zijn. Ze gaf een opmerkelijk interview weg op 3:AM waar ze het belang van sex & gender in haar werk benadrukt:
When I was a teenager, I was always angry - angry at Hamsun for idolizing women, angry at Tolstoj for killing Anna Karenina, angry at Strindberg in general, really angry with Beckett’s Dream of Fair to Middling Women, angry at Beach Boys (’California Girls’), angry at heavy metal, rap and philosophy - everything that I found macho and exclusive. I was angry because I was implicated in the gaze of men on women, at the same time as being one. I didn’t want to be looked at. I wanted to write.
Jenny Hval is een Noorse dichteres, zangeres, componiste en songschrijfster. Ze werd geboren in 1980 in Oslo en studeerde Creative Arts aan de universiteit van Melbourne. Onder haar artiestennaam Rockettothesky, lanceerde ze haar debuut bij Trust Me Records, To Sing Me Apple Trees in 2006 gevolgd door Medea dat in 2008 uitkwam. Ze publiceerde haar eerste roman, Perlebryggeriet (The Pearl Brewery)
Een ander uitgebreid interview met veel videomateriaal verscheen op The Quietus. Lees 2 gedichten van Hval op 3:AM.
bron
- de Contrabas: Professor Jaap maakt flinke eh... ruk 3 Sep 2010
Sinds ik gisteren mijn cusus Blogberichten Schrijven (Basic) aanbood aan prof. dr. Jaap Goedegebuure, maakte de nieuwbakken webschrijver op Tirade een flinke, eh... ruk. Helaas niet in de goede richting, maar we blijven optimistisch.
Groot compliment: (blog)TerrorJaap weet zich tot één thema te beperken: "seksuele handelingen in de openbare ruimte". Ik geef toe dat sinds Wolkers een wat uitgekauwd thema is, voor een literair blad, maar waarschijnlijk heeft Goedegebuure de opdracht gekregen om een jong publiek te, eh... trekken. Zulks is geschied, althans, in het brein van de professor.
Helaas maakt hij een storende fout, die zijn hele poging om eens goed voor de dag te komen teniet doet. Deze fout treedt op als hij het woord "potloodventer" probeert te definiëren.
De potloodventer, nietwaar, wie is er niet groot mee geworden? De altijd wat morsige, een regenjas van oerdegelijke, Engelse makelijk dragende vieze man die, als er meisjes of vrouwen in de buurt zijn die hij aantrekkelijk vindt, zijn primaire geslachtskenmerken (zijn Klabanus, zijn Sjaak, zijn Hoorn des Overvloeds, enfin, vul zelf maar in) toont.
Jaap maakt daar iets anders van: "Masturberen ten aanschouwe van vreemden valt in de categorie exhibitionisme. Wie er zich mee bezighoudt, staat bekend als potloodventer en loopt de kans te worden beboet voor aanstootgevend gedrag."
Je zou er, was je een potloodventer, een boze ingezonden brief aan wijden. De beroepsgroep krijgt er voordat je het weet een slechte naam van.
Helaas haalt hij zo de rest van zijn stukje, een overpeinzing van het soort "vroeger neukten ze niet in het openbaar", onderuit. Dat is jammer. Want leuke stukjes over vroeger, daar smullen de meeste bloglezers van.
Oh ja, meneer Goedegebuure: zet de titels van dichtbundels gewoon even cursief. Het kan, ook op internet!
bron
- de Contrabas: Middageditie: via Van Wilderode tot Boog 2 Sep 2010
"Nooit werd een literair debuut zo fel bejubeld als De moerbeitoppen ruischten, waarmee Cyriel Coupé (1918-1998) in 1943 definitief naam maakte als Anton van Wilderode. De tweeënvijftig gedichten waaruit Van Wilderodes debuutbundel bestond, werden amper een jaar na de eerste druk aangevuld met vier nieuwe gedichten in de tweede vermeerderde druk (1944). Deze zesenvijftig gedichten werden tot de laatste geautoriseerde versie van de bundel in de Verzamelde Gedichten uit 1990 herdrukt met grotere en kleinere varianten van de auteur." Nu komt er een nieuwe editie, met begeleidende essays. Zie de website van Tekstedities.
Jaap van den Borns cursus Light verse, wat is dat eigenlijk, beleefde aflevering 3, 4, slot en een nagekomen bericht.
"Deze maand verschijnt bij De Bezige Bij de bundel Aan mijn voormalige vaderland van Michael Zeeman. De essays en kritieken werden door Maarten Asscher, Maarten Doorman en Willem Otterspeer gebloemleesd." Meer bij De Papieren Man.Het tijdschrift Poet besteedt aandacht aan Nederlandse dichters, o.m. Menno Wigman en Mark Boog. De inleiding van vertaler Jürgen Nendza is te lezen op Terra Salsa. Vanaf vandaag weten we dus hoe het, bijvoorbeeld, met Mark Boog zit: "Sperrig, widerständisch und auf seltsame Art insistierend wirken auf den ersten Eindruck die Gedichte von Mark Boog. Stets scheint die Relation zwischen Sprache und Wirklichkeit aufs Spiel gesetzt zu werden. "
bron
- de Contrabas: Cursus: Blogberichten Schrijven (Basic) 2 Sep 2010
Het schrijven van een blogbericht is niet zo gemakkelijk, al zijn er heel wat scribenten die daar anders over denken. Onlangs zagen we de funeste gevolgen van die gemakzucht zich manifesteren in de bijdragen die Carel Peeters leverde aan de website van Tirade. Hier bijvoorbeeld, in een bericht over Nobelprijswinnaars, schiet Peeters er al in de eerste zin naast: "Een van de aardigheden van de Nobelprijs voor literatuur is dat er een naam bekend gemaakt kan worden die je nog nooit hebt gehoord."
Welaan. Vanochtend hoorde ik iemand de naam Hilary Swank noemen. Die naam werd mij, als het ware, bekend-gemaakt. Nooit eerder van gehoord, ook al speelde ze kort in Buffy the Vampire Slayer. Maar of dit bekend-maken een van de aardigheden is, verbonden aan de Nobelprijs voor literatuur? Ik denk van niet.
In zijn bericht, dat in zijn geheel nogal warrig is, stelt Peeters zijn stijl niet bij, waardoor je zinnen krijgt als: "Een onbekende naam, dat is in ‘de media’ een grote zeldzaamheid: dat er over iemand die niet bekend is ineens zoveel drukte wordt gemaakt."
Hete lucht, noemen we dat. Zever in pakjes.
Er is eigenlijk maar één gouden tip, die je de beginnende, nog onervaren blogger altijd moet geven: probeer precies te zeggen wat je bedoelt te zeggen. Zeg dus niet, wat Peeters zei, maar zeg: "Soms komt het voor, dat ik de naam van een Nobelprijswinnaar niet eerder heb gehoord."
Omdat zich nu weer een ramp op Tirade aftekent, ben ik zo vrij om Jaap Goedegebuure, die twee maanden gaat bloggen, mijn Cursus Blogberichten Schrijven (Basic) aan te bieden. Jaap Goedegebuure, "hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit Leiden [en] een gerenommeerd criticus en essayist", begint zijn eerste bijdrage zo:
"Veellezer en veelschrijver Menno ter Braak pleit in een van zijn essays voor ‘tijdelijk analfabetisme’. Het klinkt aanlokkelijk, maar het is zoiets als met vakantie gaan en – gesteld dat je er liefhebber van bent – afzien van drank, sigaretten of seks. Iets wat diep in je systeem geworteld is, geef je niet zo gemakkelijk op. En dus gaat er altijd weer een noodvoorraad aan lectuur de koffer in."
Dus. Goedegebuure maakt hier alle fouten, die een beginnende blogger maar kan maken en die hij na het volgen van mijn cursus kan voorkomen:
- Hij pronkt te opzichtig met zijn veren ("Ik ken het werk van Menno ter Braak")
- Hij is iemand die zijn geleerdheid niet gemakkelijk aflegt (De noodvoorraad lectuur)
- Hij wil lollig doen (Meteen al in de tweede zin drank, sigaretten en seks)
- Hij schrijft zinnen die hij, gesteld dat ze van een van zijn studenten afkomstig zouden zijn, met een rood potlood zou doorstrepen.
Het gemak dient de mens, maar Goedegebuure maakte het zich in dit bericht al te gemakkelijk. Mocht dit twee maanden zo doorgaan, dan houdt de site van Tirade geen lezer over. Daarom, geheel gratis, uit collegialiteit, deze les. Meneer Goedegebuure: u kunt het! Misschien wordt u geen top-blogger, zoals ik, maar een paar bijdragen in een levende taal, die zitten er zeker in! Toi toi toi.
bron
- de Contrabas: Avondeditie 1 Sep 2010'Weinig auteurs, veel werk', dat is het motto van het nieuwe Amerikaanse online tijdschrift Spine road. 3 à 4 dichters krijgen 8 tot 15 pagina's poëzie elk. Het tijdschrift omschrijft zich als volgt: 'We weten naar waarde te schatten wat zogenaamd 'hedendaags' is, surrealisme, hybride teksten (vooral proza-poëzie), genre-overschrijdende teksten enzovoort. Wat niet wil zeggen dat we geen goed geschreven traditioneel werk lusten, alleen hebben gewoon een lichte voorkeur voor 'het nieuwe'.' Verder proberen ze elke opgenomen dichter zoveel mogelijk 'exposure' te geven door per dichter een pagina met recensies en verkoopsinfo samen te stellen (terug te vinden onder de tab CONTRIBUTORS' BOOKS). In het eerste nummer (proza)poëzie van oa Mathias Svalina.
Human Chain, de latere gedichten van Seamus Heaney, tonen een dichter in grote vorm. Hopelijk zijn dit alleen 'latere' en niet 'de laatste' gedichten.
T.T. van Deel maakte een keuze uit de poëzie van Simon Vestdijk. Gedichten uit de bloemlezing Een snik tot glimlach omgelogen zijn dagelijks te lezen op de site van Querido.
Frank Albers is dringend aan een e-book toe volgens zijn aannemer.
Jaap Goedegebuure is terug uit Normandië, waar in de vorige eeuw ene Delphine, tweede echtgenote van een huisarts verstrikt raakte in een web van overspel en schulden en ten einde raad zelfmoord pleegde. Hé, net als in dat boek van Flaubert...
De poëzie van WO II, niet de oorlogsgedichten maar de oorlog zelf ....bron
- de Contrabas: Jean Nelissen (1936 - 2010) 1 Sep 2010
Nelissen sluimert nog
In de sigarenrook
Maar in de bergen
Daar eindigt het spoor
Slechts Bahamontes het
Eelke van Es
Adelaarsmoederskind
At snel een ijsje
Toen reed hij weer doorbron
- de Contrabas: Huis van Jean Cocteau opengesteld als museum 1 Sep 2010
"Het officieuze ministerie van Cultuur, zo werd het huis van Jean Cocteau genoemd. Het ligt in het verstilde oude plaatsje Milly-la-Forêt, net buiten Parijs, aan het eind van een straat met grote natuurstenen. De controversiële kunstenaar, die hier zijn ‘refuge’ vond, was hier een geliefd publiek figuur, en sinds hij hier in de door hem beschilderde kapel begraven ligt, een toeristische attractie." >> lees meer op NRC. Meer info over het huis Cocteau op deze site.
bron
- de Contrabas: Einmal Lebt ich, wie Götter 31 Aug 2010
Laurent Fignon is dood. Hij was vijftig. Niet oud, maar bij wijze van geluk bij een ongeluk maakte een van de meest bizarre wendingen in zijn loopbaan hem al op 23 juli 1989 onsterfelijk. Op die dag verspeelde hij namelijk een zekere Tourzege aan Greg Lemond. Acht seconden slechts scheidden hem van een derde overwinning in La Grande Boucle, maar die maakten wel dat hij kon toetreden tot het pantheon van Tourhelden – en Tourhelden hebben hun fysieke aanwezigheid niet meer nodig om levend gehouden te worden in anekdotes en (sterke) verhalen.
Ik herinner me die zondag goed. Fignon, jaren weggeweest, vanwege blessures (doping, beweerden boze tongen, die overigens gelijk hadden, dat gaf de renner later ruiterlijk toe), stond op het punt om een overwinning te behalen op Greg Lemond, ook weggeweest, zij het om andere redenen. Het pleit leek beslecht, in het voordeel van Fignon, maar tijdens de tijdrit naar Parijs zag je hoe Fignon aan het sjravelen was, terwijl Lemond, op een gekke fiets, een gekke helm op het hoofd, zichtbaar vloog.
's Ochtends had hij nog vijftig seconden voorsprong, aan het eind van de middag acht seconden achterstand. Het was hartverscheurend erg. Echt sportief vatte hij de nederlaag niet op, gelukkig. Niets zo erg als een sportieve verliezer. De dag erna molesteerde hij zelfs bijna een cameraman die hem op weg naar zijn huis in Parijs wilde filmen.
Toch zijn het precies die acht seconden die hem vrij regelmatig, aan stamtafels, in huiskamers, tot een onderwerp van gesprek maken, en daarom hadden de al gestorven wielergoden in de wielerhemel (Coppi, Bartali, Ockers, Schotte, Ocana enz.) ook maar acht seconden nodig, vanmiddag, voordat ze besloten hem toe te laten in hun midden.
An die Parzen
Nur Einen Sommer gönnt, ihr Gewaltigen!
Die Seele, der im Leben ihr göttlich Recht
Und einen Herbst zu reifem Gesange mir,
Daß williger mein Herz, vom süßen
Spiele gesättiget, dann mir sterbe.
Nicht ward, sie ruht auch drunten im Orkus nicht;
Doch ist mir einst das Heilge, das am
Herzen mir liegt, das Gedicht, gelungen,
Willkommen dann, o Stille der Schattenwelt!
Zufrieden bin ich, wenn auch mein Saitenspiel
Mich nicht hinab geleitet; Einmal
Lebt ich, wie Götter, und mehr bedarfs nicht.Friedrich Hölderlin
bron
- de Contrabas: Avondeditie 31 Aug 2010
Recensent van The Economist onder de indruk van het gedicht 'Vermeer' van Wislawa Szymborska waarin de wereld geen einde kent.
SJ Fowler interviewt de jonge Noorse dichter Audun Mortensen (foto). Zes gedichten van hem zijn hier te lezen.
Johan Velter grasduint in de najaarscatalogus van de gevestigde uitgeverijen. We noteren oa: 'dat Jan Lauwereyns in 2011 het gedichtendagessay ‘De smaak van het geluid van het hart’ schrijft. Lauwereyns stelt het hart, het voelen, centraal in zijn pleidooi voor poëzie. En er verschijnt van hem ook een nieuwe bundel ‘Hemelsblauw’, een verdere exploreatie van de relatie tussen het denken en het voelen, het weten en het zijn.'
"In september verschijnt de roman Nachbarin, en mijn naam staat er op, dus ik zal het wel geschreven hebben." Vrouwkje Tuinman leert Duits, zo kan ze ook eens haar eigen boek lezen.
15 jaar geleden voor het laatst Duits gesproken en nu vloeiend gedichten performen op het Flachlandfest in Berlijn, daarvoor moet je Andy Fierens heten.
Nog meer nieuws uit Duitsland hipste stad: afgelopen zaterdag regende het poëzie boven Berlijn. Een helikopter strooide 100 000 gedrukte gedichten van 80 dichters uit Duitsland en Chili over de stad. Een actie van het Chileense kunstcollectief Casagrande dat hiermee een protest uitbrengt tegen de oorlog. Het is al het vijfde poëziebombardement van deze actiegroep. (The Guardian) Heb je zelf een gedicht dat kan dienen als bom? Stuur het naar deze facebookgroep.
Gerbrand Bakker herschikt alvast de Benelux: "Vanavond de eerste Duitse lezing met Juni in de hand. Niet ver, Düsseldorf, dat is minder ver dan Maastricht, waaraan je maar weer eens kan zien dat Limburg wel bij Wallonië mag als Holland bij Vlaanderen gevoegd wordt, over een jaar of tien."
Niets beter dan een glimp van Claes (die dit najaar bij Athenaeum ‘De tuin van de Franse poëzie: een canon in 100 gedichten’ uitgeeft) om de dag te vieren:
17 aug.: Mijn versie van Valéry’s ‘Cimetière marin’ is voltooid. Het eerste vers luidt: ‘Dit stille dak waarover duiven deinen.’
Tot morgen met meer of minder glimpen ons toegestuurd vanuit de Olympus.bron
- de Contrabas: Rotterdam vertrekt van André van der Veeke 30 Aug 2010
Met trots presenteren wij de langverbeide nieuwe bundel van André van der Veeke, Rotterdam vertrekt, waarin hij ons onder andere meeneemt naar zijn jeugdjaren in zijn geboortestad Rotterdam.
Eerder publiceerde Van der Veeke (1947) Het Sacrament van de Sneeuw, Reizigers voor alle richtingen ('Deze bundel mag begroet worden als een gebeurtenis voor het hele Nederlandse taalgebied.' – Hans Verhagen), Tekens in het land, Moerasbeest Verdriet ('Prachtige bundel, een absolute aanrader!' – Kees Klok) en De Zoeaaf.
Van der Veeke is hoofdredacteur van Ballustrade (literair periodiek), medewerker van het Zeeuws Tijdschrift en initiatiefnemer van MVP, een gezelschap dat poëzie en muziek brengt.
Hieronder twee gedichten uit zijn nieuwe bundel:
III
Mijn vader bekijkt zijn zoon
zoals iedere man dat na een oorlog doet,
buigt zich als een god over me heenMijn moeder zoekt haar borsten
maar mijn honger is vijandig
groot, past nergens in(uit de reeks 'Rotterdam vertrekt')
BAR CASSABLANCA
Drinkend onder de zuidelijke hemel
van mijn jeugd in bar CassablancaJonge vrienden verdringen zich
Al oog ik even oud als zij – ik draag
mijn leeftijd als een ziekte met me meeDe smalle kroeg deint als een schip
In de eindeloze nachtzee fonkelt een oogEen man gaat onderuit, een meisje
wankelt naar me toe, ik inhaleer haar blikken
en mijn oude bloed raakt aan de kookIk laat haar kiezen, hotel of park, terwijl
mijn hand de steile helling van haar borst
verkent: afgrond, schaduw, droomRotterdam vertrekt is verkrijgbaar in onze webshop en binnenkort ook in de boekhandel.
bron
- de Contrabas: Avondeditie 30 Aug 2010
Tanzung, de nieuwe dansproductie van Jan Decorte, gaat eind september in première in het Gentse Campo. Elk theaterstuk van Decorte valt, wat mij betreft, in de categorie 'gedichten'. In Tanzung vertrekt hij voor het eerst resoluut van beweging. Weinig tekst dus, ware het niet dat het Brusselse theaterfenomeen toch zes Engelstalige gedichten over de liefde in de voorstelling wist binnen te smokkelen. We zeggen het maar één keer: zien! (tekening links van © Benoit)
Onze Zuid-Afrikaanse collega's van Versindaba zijn er in korte tijd in geslaagd om een imposante kolonie van Nederlandstalige dichters op hun site onderdak te bieden. Elke morgen is het dagelijks bericht van Louis Esterhuizen mijn eerste lectuur. Daarin behandelt hij een algemeen poëzienieuwsitem en signaleert hij ook de nieuwe bijdragen van gastauteurs. Onlangs leverden Peter Holvoet-Hanssen, Astrid Lampe en Ester Naomi Perquin een bijdrage. Leuk om te zien hoe dichters van naam en stand hun meningen en zieleroerselen in de Zuid-Afrikaanse vrijhaven de vrije loop geven. Korte, pittige hapjes waar af en toe een aha-erlebnis doorheen klinkt.
Voor de taaiere brok moet u op pzr zijn. Wie veel honger heeft kan er zijn tanden zetten in een niets ontziende recensie van Wie wij schuilen van Sasja Janssen. Elk detail wordt er u gretig voorgekauwd. Volstaat het niet om gewoon het eerste gedicht door te lichten, in plaats van elke hoek van deze bundel te laten zien?, moest ik onwillekeurig denken, maar dat zal geheel aan mij liggen.
"Een poëziefestival is een gevangenis zonder ramen en deuren. Zonder vloer of plafond." verzucht 'de godfather van het poëziefestival' Guido Lauwaert. Op het einde van De driedaagse van de Poëzie in Berlijn dwong hij Eva Cox, Jess De Gruyter, Andy Fierens, Els Moors en Reinhout Verbeke - kater of niet- een eindbeschouwing af. Het laatste woord geeft Lauwaert aan de jonge dichter die er nog niet bij mocht zijn Kenny de Thaey. Kenny die op de Nacht van de poëzie in Brugge door Komrij werd aangesproken met de woorden 'Gaat het, jongen?'. Die Kenny dus, die met zijn dichtersdrinklied in de nieuwe Poëziekrant zou staan. Dat laatste kan ik u niet bevestigen want de postbode is vandaag niet door de 'drache belge' geraakt.
Een quote van Cineast Paul Verhoeven op de voorpagina van NRC wekt de weerzin van Thomas Vaessens: ‘Couperus is maar een jaar in Nederlands-Indië geweest, maar hij heeft goed gezien wat daar aan de hand was: de opkomst van het moslim-fundamentalisme’.
En goed nieuws: vanaf 1 september blogt Jaap Goedegebuure voor Tirade.
Tot morgen, voor meer of minder goed nieuws uit de beau monde van de poëzie.bron
- de Contrabas: Poëzierapport: Sasja Janssen 30 Aug 2010
In 2007 maakte Sasja Janssen (1968) haar debuut als dichter, met Papaver. Ik was destijds erg onder de bekoring van deze bundel, met name van het sterke beeldende vermogen van Janssen. Wel nam ik, naast deze beeldende tendens, een talige tendens op, die mij aanmerkelijk minder aansprak.
Over Papaver merkte ik onder andere het volgende op:
'Sasja Janssen grossiert (...) in het gebruik van neologismen (...). Een kleine selectie, een verre van uitputtende opsomming: “armsteken” (p. 10); “gelegenheidsblad” (p. 13); “vogelvrijehals” (p. 23); “baaikamer”, “zeekwets” en “naoogde” (p. 27); “bitterdag” en “klapkinderhanden” (p. 28); “kronkelduikt”, “eigenaarsogen”, “waterblik” en “monddier” (p. 29); “liefkruid” (p. 30); “spinraggend”, “vlinderbeeldend” en “oogdonker” (p. 31); “kreukkreten” (p. 34); “zoethouthanden” (p. 35); “jongemeisjesrood” (p. 41); “teisterkat” (p. 38); en “goochelgiechellach” (p. 45).'
'Sasja Janssen heeft (...) onmiskenbaar, naast een beeldende, ook een talige inclinatie. (...) Persoonlijk ben ik niet zo’n liefhebber van dit soort neologismen, taalvondsten en woordspelingen. Mij bevalt de beeldende Sasja Janssen beter dan de talige. Gelukkig overheerst de eerste de laatste.'
Onlangs verscheen Janssens tweede bundel, Wie wij schuilen, en tot mijn spijt moet ik zeggen: de talige tendens heeft zich versterkt, is verder doorgevoerd.
Opnieuw veel neologismen (overigens stuk voor stuk, op één belangrijke uitzondering na, samenstellingen, evenals de bovenstaande uit haar debuut): 'eigenhuid' (p. 21), 'rafelkoorts' (p. 23), 'kantenklaarmeisje' (p. 24), 'bloeddagen' (p. 29), 'zwijgliefde' (p. 32), 'hijghanden' (p. 37), 'vrouwval' (p. 42), 'langst' (als zelfstandig naamwoord; de belangrijke uitzondering – p. 44), 'verdwaalkaart' (p. 47), 'vuistvuursprong' (p. 53).
Overigens zitten daar mooie en treffende nieuwgevormde woorden tussen: 'eigenhuid', omdat deze bundel de (ook fysieke) eigenheid en identiteit tot centraal thema heeft; 'langst' als contractie van 'lang' en 'angst'; en 'vuistvuursprong' in verband met een revolver – in 'vuist' klinkt de associatie met 'hand' van 'handvuurwapen' door, maar dan agressiever, verbetener, woedender, en de 'sprong' doet denken aan het 'slaan' van de gespannen haan tegen het plaatje bij het vuren, of aan de 'sprong', de 'lancering', van de kogel.
Meer dan in Papaver probeert Sasja Janssen in Wie wij schuilen ook de taal te ontregelen. Misschien wordt deze ontregeling gedicteerd of gemotiveerd door de thematiek, maar ik waag het te betwijfelen.
Ontregelende poëzie, met name de taal ontregelende poëzie, lijkt me hoe dan ook obsoleet in 2010. Gedateerd. Passé. Geweest.
Dit is, zoals gezegd, een ontwikkeling die ik licht betreur, maar gelukkig is Janssen haar vermogen om krachtige, robuuste beeldende regels (veelal met een rauwe en agressieve, soms autoagressieve, masochistische inslag) te schrijven, geenszins verloren. Integendeel. (Ik heb de bundel uiteindelijk vijf keer gelezen, en bij iedere herlezing steeg mijn waardering. Mijn definitieve oordeel: Wie wij schuilen is, net als Papaver, een sterke bundel, maar veel stugger en weerbarstiger. Minder gastvrij, zo lijkt het. Hij sluit de lezer meer buiten, is althans minder uitnodigend. Daar staat tegenover dat deze bundel in thematisch opzicht veel hechter is dan zijn voorganger.)
Regels waaruit deze verbeeldingskracht blijkt, liggen voor het oprapen:
hun hoofden vielen als knikkers op het dek. (p. 23)
Als het licht morgen houdbaar is naai ik mijn handen vast aan kasteelgordijn (...) (p. 26)
Snijden de obers uit haar gouden flank wat ik zwartrood proef
tot zij alle dagen van mij innemen en ik niets meer heb
dan een kale kraal in mijn mond
(...) ik tart mijn naald in anderen, mijn bloeddagen zijn lang
dieper krans ik mijn doelwit.
Ik moet fouten maken, ik snijd mijzelf open (...) (p. 29)
Ik werd een lade
ik schoof open en was een revolver (p. 53)
Deel van haar beeldend vermogen is het expressieve kleurgebruik van Sasja Janssen. Veelal gaat het hierbij om dreigende of duistere kleuren:
onder de bomen is het kogelig zilver. (p. 39)
(...) zijn handen en voeten keverzwart. (p. 48)
Daarbij is Janssen bij tijd en wijle erg geestig:
Mijn nachten waren barbaars, ik nam een slaaf, ze zijn heel toepasbaar (p. 49)
Het centrale thema in Wie wij schuilen is het 'ik' in de 'wij', de definiëring en de afbakening en de expansie van het zelf, tegenover (en soms ten koste van) de ander. Er is sprake van een assertieve en agressieve manifestatie van het zelf. Het ik wil bezitten – zijn eigen lichaam; de ander; zijn habitat maar ook gebieden die niet tot zijn natuurlijke levenssfeer, zijn biotoop behoren; zijn herinneringen.
Niet voor niets duikt het motief van het eten meermaals op, in verband met de manifestatie van het zelf, zijn drang om te bezitten. 'Eten' impliceert 'zich toe-eigenen', 'incorporeren', 'inlijven', 'absorberen', 'opslokken'. Zoals in het gedicht 'Langst':
Merken een zeestraat met twee armen speldenzwart, kopen
een bos van veertien hectaren, de bomen mogen niet gewiekt
het water niet gezoet
vallen wij in zee slaan onze benen gaten, bekken wij met zoute mond
lepelen vissenlicht
(de lucht hangt los van ons, met zilver)
overhoren elke boom, rimpeling boven de groene diepte, wij neigen
naar een breedtegraad, welke dat is geheim
om de lucht erboven die wij niet kunnen bezitten, spiesen we
een kokmeeuw en eten onze langst bitter.
'Bekken' is in de context van dit gedicht meerduidig – allereerst is het een nautische term, met de betekenis 'te veel op de wind liggen', 'loefgierig zijn'; ook kan het duiden op een inzinking in de zeebodem, een diepte te midden van ondiepere gedeelten, een 'gat' in de zee als het ware ('vallen wij in zee slaan onze benen gaten'); ten slotte associeert 'bekken' natuurlijk 'het orgaan waarmee men eet', 'de mond'. 'Bekken' is 'pikken' (met de snavel). 'Mond' in dezelfde regel verwijst niet alleen naar 'bek' (eetorgaan), maar ook naar (rivier)monding, uitmonding.
En 'armen' in de openingsregel kan zowel verwijzen naar de ledematen van een mens, als naar 'de anatomie van zee of rivier': een 'arm' is een zijtak van een rivier of, in dit geval, 'een lange smalle golf of inham van een zee'.
Zo doorweven verschillende associatieketens dit gedicht en grijpen in elkaar: termen die betrekking hebben op eten ('bekken', 'mond', 'lepelen', 'eten'), nautische begrippen ('bekken'), en woorden die zowel kunnen duiden op de anatomie van de mens als die van de zee ('armen', 'bekken', 'mond').
Aan 'Langst' ligt een mooie gedachte ten grondslag: de mens is een 'veroveraar', hij wil zich toe-eigenen, in bezit nemen – niet alleen zijn eigen habitat (landje pik), maar ook wat daarbuiten ligt, wil hij inlijven. En dat is onmogelijk.
Omdat 'we' (de mens) de lucht niet kunnen bezitten, bouwen we maar de langste zeilschepen met de langste masten. Omdat we de hemel niet kunnen bezitten, bouwen we obelisken, overwinningszuilen, piramides, torens, wolkenkrabbers, in de lucht klauwende gebouwen, ziggurats, masten – loze potentiesymbolen, die enkel onze onmacht moeten maskeren.
Omdat we de lucht niet kunnen bezitten, nemen we maar genoegen met iets uit haar domein, een luchtwezen, een hemelwezen – een schraal maal, dat ons enkel onze existentiële leegte en honger doet gevoelen.
De kokmeeuw is een offer, dat onze angst moet bezweren, de angst voor onze nietigheid en onmacht, onze ontoereikendheid. Maar het is een karige compensatie, een magere genoegdoening.
We zijn nu eenmaal aards, aan het land gebonden, net als de bomen – evenmin als zij hebben wij vleugels of mógen wij vleugels krijgen ('de bomen mogen niet gewiekt'). Ieder is teruggeworpen op zijn eigen habitat, en het is onmogelijk wezensvreemd gebied te beheersen. 'Zee' kan nooit 'zoet water' worden – het [zee]water [mag] niet gezoet.
Het neologisme 'langst' is hier treffend en goedgekozen: het is een samensmeding van 'angst' en 'lang' of '(het) langste', omdat wij met onze lang(st)e masten en torens onze angst proberen te bezweren, omdat wij met onze lange spiezen een kokmeeuw doden terwijl we het luchtruim willen bezitten – een bespottelijk gebaar van ultieme machteloosheid.
Ook het motto voor in de bundel, ontleend aan Mark Strand, wijst op deze drang iets te bezitten buiten ons domein:
For us, too, there was a wish to posses
Something beyond the world we knew, beyond ourselves,
Beyond our power to imagine, something nevertheless
In which we might see ourselves; and this desire
Came always in passing, in waning light, and in such cold
Een ander gedicht waarin eten en veroverzucht/bezitsdrang samenkomen, is 'Het wordt al laat' (p. 32), waaruit ik eerder de slotstrofe citeerde:
In twee uur mijn dag mijn drie maaltijden mijn wijn mijn melk
mijn zwijgliefde mijn overspel mijn kletskop mijn streken mijn haar
dat groeit versneden prijs ik de dag die kort is
en houd tijd over.
De smaak van dood nummer 14 op de kaart beveelt men aan
de hinde wordt hoekig binnengebracht zij braakt mij bronstig
van mijn judasmaaltijd.
(...) Er is sprake van een ontmoeting, een diner, met een minnaar ('overspel', 'judasmaaltijd'), en een minnaar wil men in zijn macht hebben en manipuleren – en andersom.
Daarbij dient aangetekend dat 'braken' het tegendeel is van 'incorporeren', 'inlijven', namelijk 'terug-' of 'overgeven'.
Binnen het centrale thema van de bezitsdrang wordt een belangrijke rol ingenomen door de seksualiteit, en dan met name de assertieve en agressieve, zelfs gewelddadige seksualiteit – de laatste afdeling van de bundel is hieraan gewijd. Men wil de ander overweldigen, bezit nemen van de ander, maar ook dit is in wezen onmogelijk.
De slotregel van 'In duinen', waarin twee geliefden gemeenschap hebben, luidt: 'Kom, wij lachen, wij roven terwijl het ons ontglipt.'
In 'Het weten van haar hals' wordt de vrouw in kaart gebracht als een stuk land, maar de minnaars kunnen elkaar niet werkelijk eigen maken:
(...)
je kan haar onderzoeken, vanbinnen tekenen, opmeten als een stuk land
je kan haar pijn doen maar haar hals bewaar je langs de kaarten van jullie
dessous, erom dobbelen kan je niet, vreemd moet hij blijven.
In 'Nº' wordt opnieuw bezitsdrang in verband gebracht met eten:
Hij maakte een nummertje met me,
welk weet ik niet, dan moest ik zo liggen
of leunen of met mijn vinger uit mijn lichaam
lepelen, ik telde minstens al tot zes.
De duisternis at mijn wangen.
En ook in 'Glossa', ten slotte, komen gewelddadige seks en bezitsdrang samen met eten (althans, in metaforische zin). En ook hier blijft het wezen onaangetast en wordt het niet 'bezeten' of ook maar bereikt:
Als iemand met een oestermesje binnen wil dringen
zijn groene ogen uitperst, ontspint zich een beeld
van het weefsel van de stad.
Ik ken alle vluchtwegen.
Men moet jonge mannen beschermen tegen vorst
oesters zijn er niet dit jaargetijde, wie gaat ze dat vertellen
ik niet, sluit mijn binnenplaatsen mijn weefsels.
Iemand wil zich met geweld een ingang forceren, maar de weg naar het binnenste, de essentie, wordt hem ontzegd.
Het thema van het bezitten of zich toe-eigenen is dus wijdvertakt, en krijgt ook in zijn tegendeel gestalte: het verliezen of kwijtraken.
Hoe wij ook waren
Hoe wij iemand kwijtraakten, we zijn het vergeten.
Iemand anders zegt dat vergeten is koud, maar vaak eten
we nog smaakvol, trekken wij de lucht aan als kasjmier
er is zand op komst.
Waar wij waren, hoe stonden wij, werden we neergedrukt?
(...)
Vergeef ons niet, wij raken wel eens meer mens kwijt
onze tijd komt nog wel, het zand zit al overal.
Iemand is er niet meer, is de 'ik' of de 'wij' ontvallen (getuige andere gedichten gaat het hier om de vader, die gestorven is). En niet alleen is die persoon 'kwijtgeraakt', uiteindelijk is ook de herinnering daaraan (aan het verlies) 'kwijtgeraakt'. Het fysieke verliezen van iemand wordt na verloop van tijd gevolgd door het mentale verliezen, het vergeten – een verdubbeling van het verlies.
Wie wij schuilen is, kortom, een weerbarstige bundel met een zeer hechte thematische eenheid: de drang om te bezitten en eigen te maken wat ons vreemd is, de neiging om het zelf te consolideren en expanderen – een drang die in laatste instantie futiel is, gedoemd te mislukken. Het ik is niet in staat zich wezenlijk uit te breiden, om de ander of terrein buiten zijn biotoop in te lijven. Het hoogst haalbare is geen terrein prijs te geven aan de vijand: de dood en de tijd. Zo lang mogelijk.
Recensent: Willem Thies
Wie wij schuilen – Sasja Janssen
Querido, Amsterdam, 2010
ISBN 978 90 214 3838 2 - € 17,95bron
- de Contrabas: Poëzie, beperkt mijn zicht 30 Aug 2010"Dat is, buiten al het andere, iets dat poëzie in mijn hoofd blijkbaar doet, en wel op de meest aangename manier: het beperkt mijn zicht. Tijdens het lezen van een gedicht bekruipt me soms het gevoel door een piepklein raam naar een heel wijds landschap te moeten kijken. Ik zie een fragment, ingekaderd, afgemeten - maar ik wéét dat er meer is. Dus moet ik zelf aan de slag, desnoods de muur om het raam heen beschilderen, lijnen aanvullen, beelden tevoorschijn halen." Ester Naomi Perquin, over een naakte man op weg naar het paradijs, alors, over Joost Baars. Op Versindaba.
bron
- de Contrabas: Erik Jan Harmens over eh... g(G)od 30 Aug 2010
- de Contrabas: Het eerste gedicht (22): Maria van Daalen 29 Aug 2010
Vandaag in deze rubriek een gedicht uit de bloemlezing De wierde van Wierum, samengesteld door Jane Leusink en Remco Ekkers; aangezien het boek strikt genomen alleen maar bestaat uit eerste gedichten, heb ik gekozen voor de bijdrage van Maria van Daalen:
Knekel
hoofd dat mijn beenderas bevat voor later
‘Mené Mené Tekèl’
spreek met een mond vol aarde van het leven
ik voel de zon en ja, ik blijf nog even
mijn ogen tranen maar ook dat is waterwoorden bewogen door de wind – dat staat er
in elke beendercel volop geschreven –
vormen de liefste zin aan mij gegeven
zolang mijn schedelmond nog praat – ik schatermij schuimend, bottend, brandend, stormend naar de
vier elementen die zich zingend mengen
met mij, de lichtste, aether, als hun hemeldie schedeldak mag vullen met gewemel
Als ik aan Maria van Daalen denk, zie ik binnen de kortste keren dansende voodoo-priesteressen, die bloed en/of fosfor in het rond zwieren. Dat is: een vooroordeel. Haar gedichten zijn verre van 'voodoo', sterker nog, haar werk behoort bij het beste, of betere, dat 'onze' poëzie te bieden heeft.
van wormen, rijmend kronkelend in strengen
ten slotte is mijn vruchtbaarheid mijn waardeIn dit gedicht bewijst ze dat. Het is een 'klassiek' vers, dat niettemin nergens de serieuze galm krijgt die veel rijmende poëzie met de wens om klassiek over te komen kenmerkt. Het heeft een dwingend ritme, dat misschien alleen in de eerste regel van het sextet even te nadrukkelijk wordt – al kun je zeggen dat die ritmeverheviging daar door de inhoud wordt gedicteerd.
In het gedicht verschuift de aandacht al in de eerste strofe van 'hoofd' naar 'mond' naar 'gevoel' – maar in het sextet wordt dat weer hersteld, worden verstand, gevoel en het spreken weer één, 'vier elementen die zich zingend mengen / met mij'. Het 'ik' gaat op in een groter geheel, waaraan het uiteindelijk – 'mijn waarde' – iets bijdraagt. Het lijk rot, maar vormt bouwstof voor de aarde.
In het gedicht lijkt iemand 'dood' te zijn ('hoofd dat mijn beenderas bevat voor later'), iemand die ('later') ligt te wachten op de jongste dag, of iets dergelijks. Regel twee blaast onmiddellijk nieuw leven in deze persoon. De zon verschaft nieuw leven, en het leven manifesteert zich als water. Het vuur slaat water uit de (veraste) beenderen.
Maar! Zoals het vlees woord wordt, zo kan de wind – de geest – het woord bewegen. Bovendien bevat 'elke beendercel' alle informatie over iemands bestaan, 'zolang mijn schedelmond nog praat'. Hier spreekt iemand zich uit, hier schatert iemand het uit. Al schaterend vermengt de persoon zich met 'de vier elementen' – wordt weer as. Maar die elementen mengen zich ook 'met mij, het lichtste, aether, als hun hemel // die schedeldak mag vullen met gewemel'.
Leven en sterven zijn hier een continu, ononderbroken proces, waarin het woord, het zeggen, de sleutelrol speelt. Dat het 'gewemel' er een is van 'wormen rijmend kronkelend in strengen' benadrukt de aardsheid, of de overal in doorwerkende samenwerking van dood en leven, nog méér.
'ten slotte is mijn vruchtbaarheid mijn waarde' – het lichaam dat vergaat, voedt de aarde; het lichaam dat zich voedt met wat van de aarde komt, voegt iets toe aan 'de vier elementen', spreekt zich uit; er komen woorden uit het lichaam, dat ooit de aarde zal voeden.
Mene Tekel wordt vaak gebruikt in de betekenis van 'een teken aan de wand' en 'gewogen en te licht bevonden', meen ik. Hier is een lichaam gewogen en opgegaan in een groter geheel, na eerst het gedicht te hebben gemaakt: 'Woorden bewogen door de wind' – het is vast een citaat, maar ik mag dat helaas niet opzoeken.
Was ik een recensent, dan zou ik zeggen dat Van Daalen een 'intrigerend en verontrustend spel van literatuur en leven speelt'. Nu zeg ik: 'zelden een levendere knekel gelezen.'
bron
- de Contrabas: Light verse, wat is dat eigenlijk (cursus!) 29 Aug 2010"Light verse; iedereen herkent het meteen. Geen vergissen mogelijk. ‘Light verse heeft geen introductie nodig’ staat in menige bloemlezing te lezen. Vandaar dan ook dat ik een vlugschrift heb geschreven onder de pakkende titel ‘Light verse, wat is dat eigenlijk?’ dat zo lang uitpakte dat het in vijf afleveringen geplaatst wordt." Jaap van den Born publiceerde op het vrije vers deel 1 en deel 2.
bron
- de Contrabas: Parmentier: het postmodernisme doorgelicht 29 Aug 2010
Het nieuwe nummer van Parmentier maakt de balans op van het postmodernisme: "Sinds de aanslagen op de Twin Towers heet het postmodernisme voorgoed voorbij te zijn. Volgens veel westerse commentatoren leven we vandaag de dag in een ‘postpostmodern’ of ‘laatpostmodern’ tijdvak. Maar hoewel het postmodernisme inderdaad op zijn retour lijkt te zijn, moeten we misschien eerder spreken van een soort tussenfase. Veronderstelt het ‘post’ in ‘postpostmodern’ niet juist een dialectiek waarbij postmoderne inzichten tegelijk omarmd en verworpen worden? In het door hen samengestelde en ingeleide dossier ‘After postmodernism’ leggen Arnoud van Adrichem, Erik Spinoy en Bart Vervaeck deze en andere kwesties voor aan schrijvers en wetenschappers." (meer op Parmentier)
bron
- de Contrabas: Nieuws: Fusie Poëzierapport en De Contrabas 29 Aug 2010
Poëzierapport (PZR), dé Vlaamse website voor poëzierecensies, fuseert per 15 oktober 2010 met De Contrabas. Daarmee is een grote wens van De Contrabas in vervulling gegaan: binnen ons weblog een grotere nadruk te mogen leggen op recensies en beschouwingen over nieuw verschenen werk. Tevens is de fusie hét bewijs dat de Nederlandse poëzie niet ophoudt bij de grens naar Vlaanderen, en andersom. PZR zal vanaf 15 oktober minimaal twee recensies per week gaan plaatsen; de bundels die wij niet kunnen bespreken, voorzien we van een (kort) signalement. Zo maken we nagenoeg de complete poëzieproductie in Nederland en Vlaanderen zichtbaar. Philip Hoorne (hoofdredacteurPZR) treedt toe tot de redactie van De Contrabas. Hij blijft verantwoordelijk redacteur voor PZR.
bron
- de Contrabas: Het Kabinet van de GVD 28 Aug 2010
Manuel Kneepkens overpeinst: Het komt ongetwijfeld omdat ik in Limburg geboren ben en gestudeerd heb in Leiden, dat mij iets opvalt inzake de kabinetsformatie, wat ik tot nu toe nergens besproken zie.
Onder leiding van Opstelten ( Leyenaar) zitten aan tafel Rutte (Leyenaar ), Verhagen (Limburger én Leyenaar ) en Wilders (Limburger). Opstelten is aangesteld door Beatrix (Leyenaar, Hertogin van Limburg). Voornaamste adviseur van Majesteit: Tjeenk Willink (Leyenaar) Wel erg veel Leiden… En verhoudingsgewijs ook wel erg veel Limburg.
Bungelde tot heden het ‘generaliteitsland” Limburg bij het Koninkrijk Nederland, zonder er ooit echt bij te horen, nu lijkt het of de rest van Nederland gaat aanbungelen bij een soort ‘gerestaureerd’ Hertogdom Limburg. Zo ja, wordt ’Limburgering' dan de core business van de cursus Inburgering ? En worden Nieuwkomers van nu af aan aangeleerd ‘GedoGen’, het Nederlandse identiteitswoord bij uitstek, uit te spreken met een zachte G in plaats van met een harde?
Verwarrend, nu immers Nederland niet verzacht, maar verhardt… Hoe dan ook, het eerste kabinet Rutte zal vast en zeker de geschiedenis in te gaan als het ‘Kabinet van de GVD’.
(c) Manuel Kneepkens
bron
- de Contrabas: Avondeditie - Malcom McLaren over Nederlanders 28 Aug 2010
Het regent jubilea. Nu Tzum weer: "Tzum bestaat vijftig nummers, of twaalf en een half jaar. In het jubileumnummer een overzicht van die 50 nummers in anekdotes, een feestelijk stuk van L.H. Wiener over zijn afscheidsrede op school, de vertrouwde rubriek Carte Blanche van Arthur Japin, een verhaal van de eerste hoofdredacteur Derwent Christmas, gedichten van Krijn Peter Hesselink, Philip Hoorne en Jane Leusink, Zeer Korte Verhalen van A.L. Snijders en een jubilerend Artistiek Bureau en ter verhoging van de feestvreugde de huidige hoofdredacteur van de papieren Tzum, Roos Custers, peinzend op het graf van Paul van Ostaijen. Kortom: een echt bewaarnummer." Bron: het nog piepjonge Tzum Digitaal.
Cornelis van der Wal, een van de trouwste liefhebbers van Tzum, zal ongetwijfeld aandacht besteden aan het jubileum in zijn nieuwe dagelijkse krant.
De Contrabas feliciteert Tzum en zegt: op naar de 100.
Guido Lauwaert ziet er niet alleen uit als Malcolm McLaren, hij formuleert ook zo ongeveer als McLaren, zoals McLaren nu, bedoel ik dan. "En Nederlanders raken hun calvinistische trekjes niet, nooit kwijt. Er zit altijd iets belerend in hun werk. Op de rand van het pedante. Freek de Jonge is net zo. Altijd figuurlijk met het vingertje zwaaien. Toen hij uitgepuberd was, moest hij kiezen, dominee of cabaretier. Fons Jansen van de Lachende Kerk heeft in de jaren zestig met zijn katholieke humor Freek en vele nakomelingen de juiste weg gewezen. De leden van Wintertuin zijn daar het zoveelste bewijs van." Proza waar alleen Dirk Van Bastelaere blij van wordt. Op de website van Knack.
"Gopal Navale, the brain behind the band, had conceived the thought of putting together a band that sang Sanskrit poetry in a contemporary style. “While writing songs I discovered that Sanskrit poetry has a definite poetic metre,” says Navale. “You can see this in shlokas which are rhythmic,” he explains." De band? "Maye, a six-member band that sings mostly Sanskrit shlokas. Language is clearly no barrier to enjoying music." Bron: Business-Standard.
Op Facebook vraagt Gerrit Komrij zich, weemoedig, af waar René Puthaar is gebleven. "Dichtbundels in 2000 en 2003, briljante bundels, daarna van de aardbodem verdwenen." Daarom hieronder een gedicht van Puthaar, die volgens redelijk recente gegevens een bundel in voorbereiding heeft, of zou hebben; het is afkomstig uit zijn debuut Dansmuziek:
Unter den Linden
Was het iets moois? Had het een leven kunnen zijn?
Het oor wordt nooit een schelp tussen de keien, vrij
als uitgebluste sterren in een helverlichte nacht,
de mond wordt nooit een melkweg. Open sluit het oogverlangend buiten wat het trekt, de jeugd die in
haar schoonheid niets verklaart, de rode titel van
een zwarte elegie, een film waarop Berlin
im Licht herleeft, een hond die bij wat vuilnis waakt.Noem het herinnering, al keert er niets. Of tijd.
Denk ook eens aan: de wereld glanst. Verzin het maar,
een zwaluw die over Unter den Linden scheert,
het spiegelbeeld dicteert de hemel ondergronds.Wie schrijft verdwijnt, trekt de aanwezigheid de huid
koelbloedig van het lijf. Nou en. Een afscheidswoord,
dat ruimt de rotzooi op. De gloed hecht zich hooguit
aan wat postuum is. Alle letters, in oud lood.(c) René Puthaar
bron
- de Contrabas: Verzamelde gedichten Erik Heyman 28 Aug 2010
Op vrijdag 8 oktober 2010 verschijnen de Verzamelde gedichten van Erik Heyman, de eerder dit jaar gestorven Vlaamse dichter die op 28 september 50 jaar zou zijn geworden. Het prachtige boek bevat zijn verspreid verschenen oeuvre en nagelaten werk. Heyman publiceerde de volgende bundels: Neergeschreven (Poëziestichting Vers, 1981), IJstijd (Wel, 1984), Dagmaat (De Arbeiderspers, 1994) en Mantis (PoëzieCentrum Gent, 2006). Meer informatie over het boek, dat bij Uitgeverij De Contrabas gaat verschijnen, vindt u hier.
"Het gedicht 'Den Artiest' zal ook deel uitmaken van het project Literair Onderlegd, georganiseerd door de Academie voor Podiumkunsten Aalst (Literaire Creatie, waar Heyman les gaf), ter gelegenheid van de 'Week van de Smaak'." Bron: Woordaanslag.
Slaapliedje
Zo kom ik als een kind dat straks
de nachten niet meer vindt en over
bladeren moet lopen naar je toe. Jij slaat
je om me heen en maakt de wondenbloot. Open je ogen, laat niet toe
dat ik je stil in handen houd of
mij zo moe in je gebeente sluit.
Er ligt nog meer onder jeeigen huid dat ik niet ken
of waar ik jou voor wil
behoeden, iets dat ik nu
nog in mijn ademnood bewaar.Wij worden groot maar groeien niet
voldoende langzaam uit elkaar.bron
- de Contrabas: Nieuwe nevenfunctie David Troch 28 Aug 2010"David Troch mag zich dit jaar ‘cultureel ambassadeur van Gent’ noemen. Hij haalde de meeste stemmen in de categorie :stadsgedicht. Hij is getrouwd met Sylvie Marie, de huisdichter van het weekblad Humo. Er wordt dus al eens wat geschreven ten huize Troch." Lees verder in Het Nieuwsblad.
bron
- de Contrabas: Oproep Poëziecircus 27 Aug 2010
Het Poëziecircus vraagt aandacht voor het volgende: "Wij proberen een bedrag te winnen van het Rabo Dichtbijfonds, met de productie 'Slok op Utrecht', een actualiteitenprogramma waarbij we mensen uit het Utrechtse nieuws interviewen. Twee dichters maken een gedicht bij dit nieuws. Dit programma hebben we vorig jaar met gratis medewerking van dichters en band kunnen maken. Maar we willen de mensen toch graag iets kunnen bieden. Vandaar dat we meedoen aan deze wedstrijd. Stemmen kan op: Dichtbijfonds - Dichter bij Utrecht.
bron
- de Contrabas: Felicitatiedienst: Jürgen Smit 27 Aug 2010
Dichter en redacteur van het Gedichtenforum in oprichting Jürgen Smit:
poëzie & geen einde
de orkestbak
is zichzelf niet meernu peter
is gaan lunchen& de contrabas
de rol van wolfop eigen wijze
herschreven heeftje hoeft de vogels
niet te horen
nee je hoeft
de vogels nietbron
- de Contrabas: Felicitatiedienst: Ronald Giphart 27 Aug 2010
Schrijver Ronald Giphart:
"Wat is poëzie meer dan af en toe een regeltje dat lekker bekt? Voor het antwoord op die vraag lees ik De Contrabas."
Overigens maken wij nooit schaamteloos reclame, net als Giphart zelf, maar mochten wij dat wél doen, dan zouden wij hier en nu zeggen dat Gipharts nieuwe roman, IJsland, op 7 november verschijnt, bij Uitgeverij Podium.
bron
- de Contrabas: Felicitatiedienst: Het Vrije Vers 27 Aug 2010
Een Weense felicitatieballade namens Het Vrije Vers, geschreven door Jaap van den Born:
Weense ballade
Hoezee! De site bestaat alweer vijf jaren:
De Contrabas
Verschrikt gemeden door cultuurbarbaren
De Contrabas
Soms zakelijk en vaak ad rem
Vilein ook en ad hominem
O moge God haar nog lang sparen!
(De Contrabas)
Een zeer welkome tegenstem
De Contrabas!bron
- de Contrabas: Felicitatiedienst: Ons Erfdeel 27 Aug 2010In een artikel besteedt de blog van Ons Erfdeel aandacht aan de jubilea van Recensieweb, Knack/DBB en De Contrabas. Jammer genoeg citeert de redactie van Ons Erfeel in dit artikel uit de natte, politieke veest die Kevin Absessis ooit liet. Zo krijgt die politicus waarschijnlijk ook nog het idee dat het allemaal iets voorstelde, dat geneuzel van hem. Wat niet wegneemt, dat wij Ons Erfdeel hartelijk danken, en de hoop uitspreken dat we ooit zo lang mogen bestaan als Ons Erfdeel.
bron
- de Contrabas: Literair vandalisme 27 Aug 2010"(...) het kruis op Rilkes graf is verdwenen, waarschijnlijk 'meegenomen' door een van zijn bewonderaars. Het was een eenvoudig kruis, waarop alleen Rilkes initialen RMR stonden. Rilkes graf is natuurlijk een cultplaats waarnaar elk jaar duizenden ‘pelgrims’ komen afgezakt." Lees verder in Knack. Waar men wel een heel frivole kop voor bij dit artikel heeft gekozen.
bron
- de Kleine Zaal: De Contrabas: wie en wat? - en hoe 27 Aug 2010
Hoofdredactie: Chrétien Breukers en Jan Pollet
Redactie: Philip Hoorne, Joris Miedema en Jürgen Smit
Medewerkers: Fa Claes, Kees Klok en Hanz MirckDe Contrabas biedt een breed spectrum aan informatie over poëzie en aan poëzie gerelateerde zaken. Dit wordt gedaan via nieuwsberichten en het plaatsen van primair werk. Daarnaast bieden we een podium bieden aan beschouwingen, recensie en essays.
De bijdragen die wij plaatsen, voldoen aan de door ons gestelde kwaliteitseisen: ze zijn goed geschreven en bevatten, als het om essays, beschouwingen en recensies gaat, informatie die is gecheckt. De redactie scheidt waarheid van fictie en maakte een duidelijk onderscheid tussen nieuws en opinie of beschouwing.
De Contrabas werkt met een tweekoppige hoofdredactie, bestaande uit Jan Pollet en Chrétien Breukers. Zij nemen de verantwoordelijkheid voor de inhoud op zich. Alle informatie die wordt doorgegeven, is door de hoofdredactie gezien en aan de kwaliteitseisen getoetst.
De Contrabas is een V.O.F. met als firmanten Chrétien Breukers en Jan Pollet. Deze V.O.F. ontplooit meerdere activiteiten:
– Een weblog voor en met poëzie, onder redactie van Chrétien Breukers en Jan Pollet. Vaste medewerkers: Fa Claes, Kees Klok, Joris Miedema en Jürgen Smit.
– Stanza, voor internationale poëzie. Vanaf 1 september 2010 zal deze subsite weer een belangrijkere rol gaan spelen.
– Poëzierapport, een recensiesite onder redactie van Philip Hoorne. Vanaf 15 oktober online.
– Een gedichtenforum onder redactie van Joris Miedema en Jürgen Smit, dat op 15 oktober aanstaande online gaat.
– Een uitgeverij voor poëziebundels. De uitgeverij staat los van de digitale activiteiten. Distributie van de boeken verloopt via boekhandel, Centraal Boekhuis en de Vlaamse verdeler EPO.
De redactie van De Contrabas stelt het op prijs als bezoekers reageren. Daarbij is het, nadrukkelijk, de bedoeling om de bal te spelen, niet de man. Reageerders dienen zich te houden aan het onderwerp dat voorligt. Uitweidingen over andere onderwerpen worden verwijderd, net als scheldwoorden en kwetsende of racistische taal.
Vanaf 1 september 2010 speelt de redactie van De Contrabas een actieve rol bij het verwerven van reacties. Mensen met kennis van zaken over een besproken onderwerp worden benaderd met de vraag om commentaar, aanvullingen of opmerkingen.
bron - de Kleine Zaal: Download De Contrabas ... 27 Aug 2010
- de Contrabas: Avondeditie 26 Aug 2010
Erik Lindner behandelt deze keer in zijn column dichters van oud (L. Th Lehmann) via middelbaar (Astrid Lampe) tot jong (Martijn den Ouden, nomen etc). In zijn column voor de Groene Amsterdammer online. Een ijzersterk trio, dit trio, overigens.
Project Coster verzond vandaag een zeer bijzonder gedicht uit de door Lindner besproken bundel van Lampe.
"Maar wie gewoon leest wat er staat, leest de woorden van een mens, die net als u en ik, het einde probeert te aanvaarden, tegen zijn verlangens in: ‘Straks wordt het zo// laat dat het tijd wordt. Ik wil dan nog blijven." Bart Van der Straeten over de nieuwe bundel van Insingel.
"Van het Duitse literaire tijdschrift POET verscheen deze week nr. 9. Onder de titel Neue Lyrik aus den Niederlanden verzamelde de dichter Jürgen Nendza gedichten van: Menno Wigman: 'Dies ist mein Tag', Tonnus Oosterhoff: 'Wie kurz der alte Herr', Albertina Soepboer: 'Zartes Düster', Mark Boog: 'An jeder Wiege', Thomas Möhlmann: 'Im Morgenlicht', Hans van de Waarsenburg: 'Beschreibungen des Sees'. Jürgen Nendza schreef een beknopte inleiding bij zijn bijzondere keuze." Meer op Terra Salsa.
"Er wordt werk gemaakt van een 'volwaardige én evenwichtige' biografie van de Nederlandse schrijver, dichter en 'überboekenverzamelaar' Boudewijn Büch (1948-2002), die zal verschijnen bij uitgeverij Atlas. Dat heeft de Werkgroep Boudewijn Büch beslist en vandaag bekendgemaakt, zo meldt het tijdschrift Tzum en Boekblad." Meer bij De Papieren Man.
Nick ter Wal van het Artistiek Bureau én Tzum gaf op Facebook aan die biografie wel te willen schrijven. Mij lijkt hij de ideale kandidaat. Voor bijzondere uitgaven hoeft hij, bovendien, alleen maar even bij zijn baas te zijn.
bron
- de Contrabas: Nieuw onderdeel Contrabas: Gedichtenforum 25 Aug 2010
Op 15 oktober 2010 gaat een nieuw interactief onderdeel van de site online: De Contrabas Gedichtenforum.
De redactie over het Forum wordt gevoerd door Joris Miedema en Jürgen Smit. Zij verzamelen elke twee weken 20 gedichten en plaatsen die op een deelsite, die we nu nog aan het bouwen zijn. Bezoekers kunnen aldaar inhoudelijk en gefundeerd reageren.
Elke week wordt er een gedicht uitgelicht op de voorpagina van De Contrabas. De 52 weekgedichten zullen in een jaarlijks te verschijnen uitgave van Uitgeverij De Contrabas worden opgenomen.
Dichters kunnen vanaf heden hun niet eerder gepubliceerde kopij insturen met een maximum van 3 gedichten per maand naar: contrabasforum[at]live.nl.Binnen twee weken ontvangen zij bericht of hun kopij in aanmerking komt voor plaatsing. Over het oordeel van de redactie kan verder niet worden gecorrespondeerd.
Voor het eerst in Nederland: een forum onder (ge)strenge redactie, dat niet gekaapt kan worden door de usual suspects en waar aandacht voor het gedicht voorop staat.
bron - de Kleine Zaal: De Contrabas: wie en wat? 25 Aug 2010
De Contrabas biedt een breed spectrum aan informatie over poëzie en aan poëzie gerelateerde zaken. Dit wordt gedaan via nieuwsberichten en het plaatsen van primair werk. Daarnaast bieden we een podium bieden aan beschouwingen, recensie en essays.
De bijdragen die wij plaatsen, voldoen aan de door ons gestelde kwaliteitseisen: ze zijn goed geschreven en bevatten, als het om essays, beschouwingen en recensies gaat, informatie die is gecheckt. De redactie scheidt waarheid van fictie en maakte een duidelijk onderscheid tussen nieuws en opinie of beschouwing.
De Contrabas werkt met een tweekoppige hoofdredactie, bestaande uit Jan Pollet en Chrétien Breukers. Zij nemen de verantwoordelijkheid voor de inhoud op zich. Alle informatie die wordt doorgegeven, is door de hoofdredactie gezien en aan de kwaliteitseisen getoetst.
De Contrabas is een V.O.F. met als firmanten Chrétien Breukers en Jan Pollet. Deze V.O.F. ontplooit meerdere activiteiten:
– Een weblog voor en met poëzie, onder redactie van Chrétien Breukers en Jan Pollet. Vaste medewerkers: Fa Claes, Kees Klok, Joris Miedema en Jürgen Smit.
– Stanza, voor internationale poëzie. Vanaf 1 september 2010 zal deze subsite weer een belangrijkere rol gaan spelen.
– Een gedichtenforum onder redactie van Joris Miedema en Jürgen Smit, dat op 15 oktober aanstaande online gaat.
– Een uitgeverij voor poëziebundels.
De redactie van De Contrabas stelt het op prijs als bezoekers reageren. Daarbij is het, nadrukkelijk, de bedoeling om de man te spelen, niet de bal. Reageerders dienen zich te houden aan het onderwerp dat voorligt. Uitweidingen over andere onderwerpen worden verwijderd, net als scheldwoorden en kwetsende of racistische taal.
Vanaf 1 september 2010 speelt de redactie van De Contrabas een actieve rol bij het verwerven van reacties. Mensen met kennis van zaken over een besproken onderwerp worden benaderd met de vraag om commentaar, aanvullingen of opmerkingen.
bron - de Contrabas: Recensieweb 25 Aug 2010
Recensieweb bestaat net als De Contrabas vijf jaar, plaatste 1000 recensies en bediende heel wat bezoekers. Redacteur Daan Stoffelsen blikt in een beschouwing terug:
In de loop der jaren heeft Recensieweb zijn critici gehad, en een van de terugkerende kritiekpunten is het weinig vernieuwende karakter van de vorm van onze besprekingen. Ons is zelfs verweten te doen alsof we avant-garde zijn (met ‘nieuwe literatuur, nieuwe gidsen’) en niettemin niet allemaal piepjong te zijn. Daarvoor is zowel een positieve als een negatieve reden aan te wijzen. De positieve is dat we denken goed te zijn in deze traditionele besprekingen, met een kop en een staart, aandacht voor boek én taal en met een sluitende argumentatie, en dat we denken dat literaire kritiek in de basis zo hoort te zijn: geïnformeerde, informerende, argumenterende en beargumenteerde recensies.
De negatieve reden is niet vanuit eigen kracht geformuleerd. We wilden laten zien ‘dat wij het ook kunnen’, dat wij niet minder zijn dan de grote mensen die in kranten schrijven. Het is dezelfde reden waarom we ook de boeken bespreken die iedereen bespreekt: een lezer/bezoeker moet kunnen vergelijken om te beoordelen of hij wat aan ons heeft. Ik geloof dat hij ook daadwerkelijk wat aan ons heeft, niet alleen omdat we ook andere boeken dan de usual suspects bespreken, maar ook omdat nog steeds heel veel gedrukte media hun recensies niet online publiceren. De toegankelijkheid van sites als Recensieweb is een voordeel dat niet over het hoofd is te zien.
Hoe sympathiek de site ook lijkt, of is, als je "geïnformeerde, informerende, argumenterende en beargumenteerde recensies" wilt vervaardigen, om "de grote mensen die in kranten schrijven" te bewijzen dat je iets kunt, dan ben je een heel lief circuspaard, dat rondjes draait in een sjofele tent. Schrijf dan maar een keer zonder informatie, recht uit het hartd, ongefundeerd. Zorg er dan maar eens voor dat die recensies aankomen, bij die "grote mensen". Recenseren is volgens mij een kunst, geen kunstje.
bron
- de Contrabas: Je bent zo integer, zo bescheiden 24 Aug 2010
Nu zelfs Der Kaiser mooie gevoelens heeft voor Louis van Gaal, lijkt het een kwestie van tijd voordat de altijd zo zelfbewuste Amsterdammer een greep gaat doen naar de totale, Duitse voetbalmacht.
Een enorme verrassing is dat niet. Louis van Gaal is atoom en kosmos beide, om het met Marsman te zeggen. Hij gaat niet een beetje bescheiden de trainer van FC Bayern München uithangen, als er een heel land kan worden veroverd.
Van Gaal wereldkampioen, ooit, met het Duitse elftal... Ja, laat dat beeld gerust even op u inwerken. Wij. Zijn. De besten. Van de wereld, het universum, de hemel, de hel – waar alle andere elftallen wonen en waar geween is, en knersing der tanden...
Je zou gaan terugverlangen naar Leo – Haben Sie eine Stunde – Beenhakker.
Louis heeft er altijd hard voor gewerkt en hij is een ijverige jongen. Dus de kans dat het hem allemaal gaat toevallen, is niet heel groot. Maar je weet het nooit. Mócht het zo ver komen, dan zijn de rapen gaar. Dan zal hij Bert Maalderink, in het Duits, te woord staan, over 'Die Grundrisse der Kritik der Voetbal- technische Ökonomie'. Een uur of twee achter elkaar.
Kort daarna zal Angela Merkel, of een van haar opvolgers, opperen dat het misschien geen slecht idee is, Louis van Gaal als Bundeskanzler... Na de Anschluß maken we het dan toch nog mee: wereldkampioen voetbal worden, door de finale nu eens een keer niet te verliezen.
Tonnus Oosterhoff
‘Je bent zo integer, zo bescheiden.’
Dat gaat niet.
‘Voor mijn plezier!’
Het is een genoegen
Tonnus Oosterhoff te zijn.
‘Ik zou het ook wel willen.’
Jawel, maar dat gaat niet!(c) Tonnus Oosterhoff
bron - de Contrabas: Wie? Bert Brussen? En twee gedichten. 24 Aug 2010Bert Brussen. Weblogger. Deed iets fout. Met Wilders, en haatzaaien. Of niet? Maakt niet uit. Toch moet hij voor de rechter. Of niet? Boeit niet. Pim te Bokkel ("grachtengordelkiddo") schreef een gedicht-achtig iets voor Brussen, in de NRC-Next. Hier een knipsel. Rob Wijnberg zette de dichtader vervolgens ook een column lang open. Verdere uitleg over deze onbegrijpelijke kwestie, hier. Of niet?
bron
- de Contrabas: Van bloemen en andere zaken 24 Aug 2010
Ton van 't Hof wees ons op een Interessant project van Octopus Magazine, 'Recovery': "A poet writes about an older book, often one that’s been passed over or forgotten too quickly, and argues against its neglect." Op zijn weblog geeft Van 't Hof een voorbeeld van eigen makelij: Bert Voeten Herzien.
Van 't Hof geeft overigens ook een verzamelbundel met poëzie en beschouwingen uit: Ergens wordt lankmoedig geschoten.
Geerten Meijsing is 60 geworden en dat is reden tot enige feestelijkheden. De Papieren Man vat ze voor ons samen. Zie hieronder een ouder interview met de jubilaris.
Buitengewoon interessant Brabants dichtnieuws: "De gedichten van Andy Marcelissen zijn volgend jaar het thema van het bloemencorso in Valkenswaard."
"De Buiksloterkerk (in Amsterdam) is zondag 12 september decor voor een concert ter nagedachtenis aan de vorig jaar overleden schrijver Simon Vinkenoog. Het is een concert voor orgel, cello en stemband." Dat meldt De Echo. Hoofdrol tijdens het in memoriam is voor de altijd bescheiden mevrouw Ringnalda.
Pegasus meets Lazarus: "In het OT theater is op 27, 28 en 29 augustus de muzikale theatervoorstelling Szymborska! te zien. In deze voorstelling komen de gedichten van de Poolse Wislawa Szymborska (1923) tot leven op het toneel."
bron
- de Contrabas: Hiep hiep hoeré, voor drs. P 24 Aug 2010"Vandaag wordt Heinz Polzer, beter bekend als Drs.P, 91 jaar. De krasse versificator is nog steeds ter been en ook wij willen even stilstaan bij deze gebeurtenis. Dat doen we door met gulle hand maar liefst twee geschenken in het rond te strooien zodat het hele land in de vreugde kan delen. Ten eerste een fraai mombakkes van de jarige (onder het lees-meerteken): draag dit op straat, zodat alle bewonderaars van de oude meester elkaar kunnen herkennen en begroeten met een welgemeend olé voor Drs.P." Volg de festiviteiten op Het Vrije Vers.
bron
- de Contrabas: Hoorne over Lecompte 23 Aug 2010
"De Brugse Delphine Lecompte won de C. Buddingh’-prijs voor het beste poëziedebuut van het voorbije jaar. Dat wekte niet echt verbazing, want Lecompte is een atypische dichteres en dat moet de jury vernieuwend hebben gevonden." Philip Hoorne, in Knack, over de bundel van Delphine Lecompte.
Hoorne is niet heel enthousiast, als hij samenvat: "Hoe krachtig ook sommige versregels en strofen, de teneur van deze bundel begint na een tijdje ietwat te vervelen. Ik ik ik, almaar ik-gedichten. Als je alles en iedereen maar niets vindt, ga dan ook geen gedichten schrijven, laat staan een literaire prijs winnen. In een interview schreeuwde Delphine Lecompte haar vreugde om die Buddingh’-prijs uit. Hoe beschamend potsierlijk!"
De bundel van Lecompte (nog enkele exemplaren van de eerste druk leverbaar) kunt u hier bestellen.
bron
- de Contrabas: Ik heb een ceder in mijn tuin geplant 23 Aug 2010
De boom waar Anne Frank uitzicht op had, is omgewaaid. Het was een kastanjeboom, die er begin jaren veertig van de vorige eeuw natuurlijk minder groot bij stond dan nu, en gezonder.
Hij raakte gaandeweg verbonden, die boom, met het lot van de onderduikster, die hem met haar blik had gezegend. Maar ook veroordeeld tot een eeuwig leven, in een bomen-tuigje. Hij mocht niet dood.
Nu hij is omgewaaid, heeft hij onmiddellijk de status van relikwie verkregen. De Telegraaf meldt een paar uur na het omwaaien vandaag: "kort nadat de Anne Frankboom was omgevallen, waren er al meerdere advertenties op de website Marktplaats.nl te vinden waarin stukken van de boom werden aangeboden."
De Anne Frankboom was jarenlang de stoffelijke vorm, waarin de Anne Frank-industrie zich kon manifesteren zonder de verdenking van commercialiteit op zich te laden. Hij was totempaal, sjibbolet en klaagmuur tegelijk. De boom stond in een eerbiedwaardige, maar gedateerde traditie van boomheiligdommen.
Met het meisje Anne Frank, dat is verraden door een Nederlandse politieagent en vermoord in een Duits concentratiekamp, had en heeft het allemaal niets te maken, dat gedrentel rond een kastanje (die nog figureerde in een bloemlezing gemaakt door Nanne Nauta, overigens).
Anne Frank schreef haar dagboek, deels als verslag en deels als een werk van verbeelding, kunst. Zij kon toen zij haar regels schreef niet vermoeden (gelukkig maar) dat ze het onderwerp zou worden van bedevaart en mythologie.
Als ze uitkeek op de kastanjeboom, zag ze de boom die in haar gedachten was verbonden met vrijheid, met dromen waarvan het uitkomen haar niet is gegund. Ze zag iets, dat wij nooit, zelfs al lezen we haar dagboek vijftig keer en gaan we een maand in haar achterhuis wonen, met de luiken dicht en de lichten uit – iets dat wij nooit kunnen zien.
De ceder
Ik heb een ceder in mijn tuin geplant,
gij kunt het zien, gij schijnt het niet te willen.
Een binnenplaats meesmuilt ge, sintels, schillen,
en schimmel die een blinde muur aanrandt,
er is geen boom, alleen een grauwe wand.
Hij is er, zeg ik en mijn stem gaat trillen,
Ik heb een ceder in mijn tuin geplant,
gij kunt hem zien, gij schijnt het niet te willen.
Ik wijs naar buiten, waar zijn ranke, prille
stam in het herfstlicht staat, onaangerand,
niet te benaderen voor noodlots grillen,
geen macht ter wereld kan het droombeeld drillen.
Ik heb een ceder in mijn tuin geplant.
(c) Han Hoekstra
(c) foto: Wikipediabron
- de Contrabas: Felicitatiedienst (voorlopig slot): André van Duin 23 Aug 2010
- de Contrabas: Felicitatiedienst: Catharina Blaauwendraad 23 Aug 2010
Dichter Catharina Blaauwendraad:
Er zijn dingen die ik anders zou doen, als ík De Contrabas deed. Maar het punt is natuurlijk: ik doe De Contrabas niet. Dat doet Chrétien – niet alleen, maar toch, voor mij is hij de herbergier. En doe het hem maar eens na.
Ik herinner me nog dat hij me de naam van zijn nieuwe webstek bekendmaakte; contra-bas, waarvan de beginletters overeenkwamen met zijn initialen. En de mijne, merkte ik lachend op. Ik was een vaste gast op zijn Windroos-blog en ben nog steeds een stamgast op De Contrabas, al kom ik er minder vaak dan vroeger.
Maar, dat moet gezegd, er is een tijd geweest dat ik dusdanig met De Contrabas vereenzelvigd werd, dat zich in bepaalde literatuurwetenschappelijke kringen zelfs de mythe vormde, dat Catharina Blaauwendraad een pseudoniem was van Chrétien Breukers. Echt waar. Misschien ook door die initialen.
Ik zie een verschuiving in de clientèle, zoals je dat ook in cafés waarneemt. Gasten die je vroeger elke dag zag, blijven nu weg; nieuwe gezichten duiken op. Chrétien staat achter de bar en gooit de lastpakken eruit.
Er schuiven ook gasten aan die van tevoren al weten dat ze door de barman afgezeken gaan worden. Dat vind ik dapper. Vooral dat ze dan toch terug blijven komen. Samuel Vriezen bijvoorbeeld. Over Samuel Vriezen verschillen Chrétien en ik erg van mening. Daar heb ik achter de schermen vaak moeilijk over gedaan tegen Chrétien.
Het pleit voor Chrétien, of juist niet (daar ben ik nog niet uit) dat hij zich van mijn vermaningen achter de schermen geen ene sodemieter aantrekt. We raadplegen elkaar over het algemeen graag en gaan dan vervolgens toch doodleuk onze eigen gang. Adviezen om in de wind te slaan zijn immers ook heel waardevol.
Daarnaast heb ik hem achter de schermen wijsgemaakt dat ik ooit een mislukte amoureuze affaire met Martijn Benders had en dat deze daarom op De Contrabas zo trollerig tegen me deed. Dat zet ik bij deze meteen even recht: ik heb Benders nog nooit in levenden lijve ontmoet.
Ziedaar, een spectaculaire onthulling van een gebeurtenis die nooit heeft plaatsgevonden. Minder spectaculair, maar zeer waardevol, zijn de ontmoetingen die eerst op De Contrabas, en daarna in vlees en bloed, wèl hebben plaatsgevonden.
En dat moet gezegd: De Contrabas is een plek waar je elkaar leert kennen. En ik heb er nog nooit iemand ontmoet die in de praktijk heel anders bleek te zijn; De Contrabas is een plek waar met open vizier gestreden wordt. Over het hoe en waarom kun je redetwisten, maar ik geloof dat je hier bij iedereen wel weet waar je aan toe bent.
Liefhebbers van spionagethrillers en hofintriges komen hier dan ook niet aan hun trekken; ergernissen zijn voorspelbaar, lange tenen kunnen bij elke bezoeker met krijt op de houten vloer worden uitgetekend, van sommige gasten valt weet je precies wanneer ze dronken, gemelijk en vervelend gaan worden.
Die voorspelbaarheid is de kracht en de zwakte van een stamkroeg. Wie de onberekenbaarheid van de hogere diplomatie verkiest, of de weldadige eenzaamheid van de studeerkamer, moet zijn heil niet op De Contrabas zoeken. Alle anderen wens ik nog vijf jaar geroezemoes en rumoer, met Chrétien & co. achter de bar, die ons favoriete drankje al inschenken zodra we een voet over de drempel zetten.
Bij wijze van dank deze duit in de fooienpot.bron
- de Contrabas: Felicitatiedienst: Bernd Ebbo Visser 23 Aug 2010
Dichter Bernd Ebbo Visser:
dichters onder elkaar
in het luchtledige staat een reactie
het doet wat verloren en eenzaam aan
er ontstaat totaal geen interactie
alsof alleen de anderen bestaangrote jongens zijn het, soms een Titaan
met de toorn van Zeus, en wat ik ook stel
slechts hun hoge ruggen staren mij aan
zwijgend zeggen ze: wat denkt die trol weltoch is het niet altijd kommer en kwel
af en toe volgt een teken van leven
en mag ik meedoen met het fijne spel
van wat plaagstootjes of kusjes gevenals een klein kind zo verschrikkelijk blij
ren ik dan rond en schreeuw: ik hoor erbijbron
- de Contrabas: Felicitatiedienst: F. Starik 23 Aug 2010
Dichter (en stadsdichter van Amsterdam) F. Starik:
Vijf jaar De Contrabas - en ik kan me de dagen al niet meer heugen dat mijn ochtend niet begint met het opstarten van de computer, het ophalen van de mail, de controle van het nieuws, het rituele bezoek aan De Contrabas. Alsof het er allemaal nooit niet is geweest.Je zou haast vergeten dat zo'n site als De Contrabas niet zomaar vanzelf bestaat, maar ook echt moet worden gemaakt, elke dag, zelfs meerdere keren daags. Een heidens werk, dat ons herinnert aan de enigszins in onbruik geraakte uitdrukking -liefdewerk oud papier.
Men zou er haast nostalgisch van worden. Denk twintig jaar terug, toen men een leeg vel papier in de typemachine schoof, met die handige typ-ex velletjes weliswaar de onmiddellijk opgemerkte fout nog kon corrigeren door dezelfde letter nog eens op precies dezelfde plaats te hameren, maar in de harde praktijk des levens even later een halfleeg papier verfrommelde, en overnieuw begon. We kunnen nooit meer overnieuw beginnen.
bron
- de Contrabas: Felicitatiedienst: Hans Vandevoorde 23 Aug 2010
Hans Vandevoorde levert de eerste felicitatie uit de wetenschappelijke hoek:
Blijf mij ergeren, vermaken en nieuwsgierig maken, Chrétien.
bron
- de Contrabas: Felicitatiedienst: Mark Cloostermans 23 Aug 2010
Mark Cloostermans, criticus van De Standaard:
Gefeliciteerd. Voilà, dat is de essentie. Gefeliciteerd, van harte. Minstens één keer per dag check ik jullie site. En dat is vreemd. De Contrabas is er namelijk voor poëziemensen en ik lees nooit poëzie. De Contrabas is ook dé plek voor literair debat en ik ben niet “in de literatuur gegaan” om deel te nemen aan die stammentwisten, waarin steeds dezelfde internettrollen, al dan niet anoniem, proberen elkaar zo veel mogelijk schade te berokkenen. Wat mij verslaafd maakt aan De Contrabas is jullie vinnigheid – meerdere posts per dagen, razendsnelle reacties, daar kunnen collega’s een ferme punt aan zuigen! – en vooral jullie eerlijkheid. De Contrabas maakt nooit van zijn hart een moordkuil. Chrétien heeft bijvoorbeeld een hekel aan Marc Reugebrink en dat mag geweten zijn. Het vitriool is gemeend, de lof al evenzeer.
De Contrabas komt als een vent op je af. Hij gooit z’n hele hebben en houden op tafel, zijn persoonlijke smaak en kleine kantjes. Het is een onvergelijkbare site, omdat het eerder een personage is dan een website. Hier wordt niet geschermd met een dubieuze “objectiviteit”. Hier dienen recensies niet om je grote gelijk te behalen. Betweterigheid en achterbaksheid is deze kwajongensachtige site geheel vreemd.
Ik droom wel eens: mocht De Contrabas nu verbreden en ook prozanieuws en –links gaan aanbieden, dan was het voor mij de ideale website. (Dat hoeft de scope niet onbeheersbaar breed te maken. Laat het prijzencircus maar onbesproken, negeer de mainstream. Er is braakliggend terrein, nog steeds.) Het internet is een geweldig medium, maar het is niet de plaats om nieuwe literaire “instituten” op te richten met een bom belastinggeld. Wat de literatuurliefhebber nodig heeft is simpelweg een platform dat alle hoogwaardige informatie samenbrengt: een gids in de internetchaos.
De Contrabas doet dat gedegen, snel en met een attitude die reactie uitlokt. Dat is simpelweg fantastisch. En ik vind het even fantastisch dat deze woorden mij niet zullen behoeden voor kritiek: het is niet omdat je een vriend van de site bent, dat je daarom gespaard zult worden in Breukers’ teksten. En thank god for that. (De club die mij als lid wil, enzovoort.)
bron - de Contrabas: Felicitatiedienst: Versindaba 23 Aug 2010
Louis Esterhuizen begint de maandag op Versindaba met trompetgeschal. Lees zijn hele artikel hier.
"Op ‘n meer persoonlike vlak wil ek dan sommer hiermee erken dat De Contrabas vir my en Marlise ‘n belangrike inspirasie was met die vestiging van die Versindaba-webblad ‘n rapsie meer as ‘n jaar gelede, en groot was ons verbasing toe ons kort na ons eie vestiging ‘n brief van Chrétien en Jan ontvang het waarin hulle ‘n alliansie tussen ons webblaaie voorgestel het … ‘n Voorstel wat tot ‘n gesonde (en gewaardeerde) interaksie tussen ons onderskeie inisiatiewe aanleiding gegee het, want tans dui statistiek daarop dat bykans ‘n derde van ons eie besoeke uit die Laer Lande afkomstig is. As sulks is dit iets wat nie net op ‘n groter prominensie van die Afrikaanse digkuns in Nederlandstalige gebiede verseker nie, maar terselfdertyd help dit om die Afrikaanssprekende poësieliefhebber se kennis en insig van een van die mees dinamiese digkunste ter wêreld daadwerklik te verbreed."
bron
- de Contrabas: Felicitatiedienst: Alexis de Roode 23 Aug 2010
Dichter Alexis de Roode:
Van harte gefeliciteerd met het 5-jarig bestaan van de De Contrabas! In internettermen heeft De Contrabas nu al een heel mensenleven doorlopen en is bezig met zijn tweede of derde jeugd. Minstens negen levens nog te gaan, lijkt me. Ik weet nog goed dat ik voor het eerst kennis nam van De Contrabas en ik vermoed dat velen levendige herinneringen hebben aan dat moment. Zoiets als 9/11 of - voor de bejaarden onder ons - de moord op Kennedy. Wie is verdomme die Chrétien Breukers, die daar online in mijn vel zit te prikken? Ik heb eigenlijk weinig te verduren gehad - bijna niets vergeleken met sommige anderen. Maar och, literatoren zijn zo gevoelig. En ijdel. Prikken doet Chrétien nog steeds graag - altijd vanuit de inhoud, natuurlijk - maar die scherpte kan niet verhullen dat hier iemand met een enorme passie voor poëzie aan het werk is, een poëtische vraatzucht welhaast; iemand die niet te stoppen is, en voor de duvel niet bang. Ik heb grote bewondering voor mensen die confrontaties durven aangaan - huu - en Chrétien is een van de kampioenen. Ook daarin heeft hij wel wat gemeen met die andere bloemlezer, Gerrit Komrij. En zoals altijd zijn ze in het echt veel aardiger dan op papier - het blijven dichters. De enorme drive van Chrétien is de toekomstgarantie van De Contrabas. Zijn wijsheid schuilt wel in het feit dat hij altijd een wat tweede man naast zich heeft gehad, een Ton, een Jan, de nuchterheid zelve. Gouden combinatie. Ik wens u allen nog vele vruchtbare jaren.
bron
- de Contrabas: Felicitatiedienst: Sylvie Marie 23 Aug 2010
Dichter Sylvie Marie:
verwenskaartje
vandaag word jij in de bloemen gezet
we maken een cirkel en plaatsen jou in het midden.
we klappen met de handen,
zo is er altijd iemand die achter je rug
kletst.
of neen, jij écht in de bloemen, tussen de tulpen
en de lelies die allemaal veel jonger, veel kleuriger,
of geuriger zijn dan jij. zorg
dat je niet knapt.
ja, vandaag sta jij in een vaas
zodat we je gewoonweg niet vergeten
af en toe wat water te geven.bron
- de Contrabas: Felicitatiedienst: Joep van Ruiten 23 Aug 2010
Journalist en publicist Joep van Ruiten:
Op De Contrabas
Uit het juiste esdoornhout gesneden
met bijl, halverwege de jaren nulEn zie nu: op het wereldwijde web
glanst goudbruine lak tussen pin en krulEen hand grijpt vastberaden naar de hals
Slimme vingers trekken snaren strakkerIedere dag houdt een sonoor gebrom
onze liefde voor poëzie wakkerbron
- de Contrabas: Felicitatiedienst: Fred Papenhove 22 Aug 2010
Dichter en fenomeen Fred Papenhove:
CONTRABAS IN DE OVEN
Ingrediënten (voor iedereen die van literatuur houdt)
- 800 gram binnenpret & uithalen
- 2 teentjes alliteratie
- paar takjes oorvegen
- takje eindrijm
- 2 handjes de beuk erin
- 1 kilo gedichten
- zout, peper, azijn, olijfolie
Schil de binnenpret & uithalen. Was ze
allebei, laat ze uitlekken en meng ze met
2 teentjes alliteratie, de paar takjes oorve-
gen, het takje eindrijm, 2 handjes de beuk
erin, 1 kilo gedichten, en voeg zout, peper,
azijn en olijfolie toe.
Doe dit gerecht in een bakblik en laat het
een uur in een op 200 graden voorverwarm-
de oven bakken. En hopsakee, u hebt weer
5 jaar leesplezier! Fred Papenhovebron
- de Contrabas: Felicitatiedienst: Adriaan Krabbendam 22 Aug 2010
Redacteur en schrijver (en reageerder van het eerste uur) Adriaan Krabbendam:
Waarschuwing voor kinderen
Kinderen, mocht je denken
aan de grootsheid, vreemdheid, veelheid,
schittering van de zeldzaam unieke
grenzeloze wereld die je zegt
te bewonen, stel het je dan zo voor:
Brokken leisteen rond bespikkeld
rood en groen, rond getaande
gele netten, rond wit-met-zwarte
velden dominostenen, waar
het keurig bruine pakpapier
je verleidt het lint los te knopen.
In het pakje een klein eiland,
op het eiland een enorme boom,
aan de boom een gigantische vrucht.
Pel de vrucht, ontdoe haar van de schil:
binnen in de pit zul je ontdekken:
brokken leisteen omgeven door bespikkeld
rood en groen, ingesloten door getaande
gele netten, gevangen in wit-met-zwarte
velden dominostenen, waarrond
hetzelfde keurig bruine pakpapier –
Kinders, laat het lint met rust!
Want wie waagt het pakje te ontsluiten
zal er zelf zomaar in verdwijnen,
op het eiland, in de vrucht,
brokken leisteen rond z’n kop,
merken hoe hij is ingesloten door
gespikkeld groen en rood, door getaande
gele netten, en door zwart-met-witte
velden dominostenen, met
hetzelfde bruine pakje
immer ongeopend op z’n schoot.
En, mocht hij dan denken
aan de schittering, veelheid, vreemdheid,
grootsheid van de grenzeloze, unieke,
zeldzame wereld die hij nog altijd meent
te bewonen – dan trekt hij aan het lint.
naar Robert Graves, Warning to Childrenbron
- de Contrabas: Felicitatiedienst: Nanne Nauta 22 Aug 2010
Dichter Nanne Nauta (vanuit zijn Franse villa):
Bon anniversaire, pour la rédaction de la Contrebasse, c’est à dire : Attention, un Chrétien peut en cacher un autre. C’est le Ton qui fait la musique Pollet soit qui mal y pense
bron
- de Contrabas: Felicitatiedienst: Bart Temme 22 Aug 2010
Wetenschapper Bart Temme:
<felicitatiemodus> Vijf jaar De Contrabas. Hoezee! In al die jaren beoefent U in hoge frequentie de literaire kritiek (* hier misschien nog iets zeggen over de subsidie die de website eigenlijk verdient? *). Lezers krijgen bij U volop de ruimte om commentaar te geven op de geplaatste stukken, waardoor er voortdurend literaire debatten ontstaan. Uw website móét de ultieme droom zijn van iedere redacteur van een papieren literair tijdschrift (* ‘droom’ wellicht veranderen in ‘nachtmerrie’? *). U kiest duidelijk niet voor een literair bestaan in de luwte, maar zoekt de discussie op, betreedt de boksring. Deelt waar mogelijk een korte, droge rechtse uit of een venijnige linkse. En dan is er nog de zorg en de aandacht voor het primaire werk. Nederlandse poëzie of vertaalde gedichten (* de bijzin ‘altijd een eigenzinnige keuze’ eventueel nog toevoegen? *). Ja, in de afgelopen vijf jaar hebt U laten zien hoe goed literatuur en internet samengaan. (* mogelijkerwijs nog een laatste uitsmijter (‘Gefeliciteerd!’ bijvoorbeeld)? De jongens van De Contrabas een hart onder de riem steken! *) </felicitatiemodus>
bron
- de Contrabas: Felicitatiedienst: Hans van Willigenburg 22 Aug 2010
Dichter en journalist Hans van Willigenburg:
De Contrabas is, net zoals alle goede poëzie, gestoeld op een prettige vorm van onverzettelijkheid. Blijven staan - tegen alle stormen in. Dat het weblog thans vijf jaar 'onder ons' is (en met zoveel 'anklang'), is, wat mij betreft, een teken dat de poëzie - mits gebracht zonder de levenloze heiligheid van de modernisten - weer, schrik niet, tóekomst heeft. Ik feliciteer alle Contrabassisten met het behaalde resultaat en wijs meteen op 16 oktober, als er een heuse dC-avond gepland staat, waar dC-dichters van-het-volle-leven acte de présence zullen geven.
bron
- de Contrabas: Felicitatiedienst: Lenze L. Bouwers 22 Aug 2010
Dichter Lenze L. Bouwers
De ContrabasWie contra is, roept pro op,
wie bas speelt, vraagt een tenor,
een groots orkest,
graag met een levendig koor
en publiek met open oor,om in de concertzaal
in de ruimte van het woord,
op het open plein
van de literaire stad
harmonie en dissonantte laten klinken,
zo veelzijdig als
de klank kan verdragen,
het ritme de ziel
raakt, streelt, verrukt,oproept om met alle vezels
van je bestaan er te zijn,
het woord liefde te strelen,
met vijf vingers van je hand,
als jaren vriendschap.bron
- de Contrabas: Felicitatiedienst: Louis Nanet 22 Aug 2010
"Wat een ellende mensen! Deze man is er schijtziek en doodongelukkig van geworden, poëzie portaal De Contrabas. De posts van Gretjen Breukers en Jean Pollet zijn meestal niet om door te komen, behalve als er een dichter het hoekje omgaat. Dichter Frank Starik zei een keer: 'De Contrabas is het summum van klunzigheid. Leest u ook mijn nieuwe roman De Gastspeler.' Mennie Wigman wordt overvallen door droefheid als hij De Contrabas bekijkt, Gerrie Komrij is een fan van het eerste uur, maar als ik hem om drie uur 's nachts vraag waarom, zegt hij: 'Lieve Louis, soms moet je een beetje aardig zijn voor de mensen, hé...' Als laatste vroeg ik het aan Bart FM Droog, stadsdichter van de garnalenfabriek in Beverwijk, Bart zei dat hij de Contrabas best 'een geinige site' vond. En deze man? Ik word er kotsmisselijk van, elke dag weer."
bron
- de Contrabas: Felicitatiedienst: Coen Peppelenbos 22 Aug 2010
Dichter, schrijver en redacteur Coen Peppelenbos:
Wie op Google naar afbeeldingen zoekt van Coen Peppelenbos ziet al snel een plaatje van een boek met de titel: The Art of Autofellatio. Geinig linkje van De Contrabas uit 2006, want volgens het bericht dat erbij hoort, schreef ik te veel over zaken die mijzelf betroffen. Zelfs stukken op Literair Nederland die ik niet had gepost, werden als ‘plakkerig proza’ aan mij toegewezen. In dit Contrabasjubeljaar heb ik maar een gedicht gemaakt dat 'The Art of Autofellatio heet'. Een flarf-gedicht, zoals me wel passend leek bij dit weblog. Ik heb de Googlezoekfunctie rechts bovenin gebruikt (die zoekt binnen de site zelf) en slechts 1 woord ingetypt: ‘reeds’:
The Art of Autofellatio
Reeds eerder mailde ik de volgende vraag:
Kocht Kloos reeds als jongen van vijftien
regelmatig bij de boekenstalletjes?
Hij ondervond reeds veel erkenning voor zijn werk
Men spreekt al van een 'fenomeen',
en 'nu reeds een legende'.
Reeds meer dan tien jaar lees ik
als jonge dichter met verwondering
in de Verzamelde Gedichten van Ida Gerhardt.
Dat was mij reeds bekend, waarde R,
maar dat was u ook reeds bekend.
Dat was reeds bekend herhaling.
Dat ik sowieso angst zou voelen voor
'hetgeen niet in essentie reeds denkt zoals ik'
is echter rijkelijk absurd.
Ik heb de indruk dat Starik gelijk heeft,
zoals ik reeds opmerkte
op mijn onvolprezen weblog.
‘Precies lezen, daar begint alles mee,’
zoals mijn leraar Nederlands Wubbe Derkholt reeds zei;
de inmiddels bejubelde maar reeds overleden papegaai
is wellicht een verwijzing naar Monty Python.
Inwoners van het reeds genoemde provinciestadje
weten meteen over welke wereldgebeurtenis ik het heb.
De bevolking is reeds verouderd
en het geboortecijfer is laag.
Een praalwagen uit de stal van Bobbejaan Schoepen
is reeds onderweg, de Veuve Cliquot staat reeds te lonken.
Reeds in de trein werd ik keihard geconfronteerd
met mijn midlife crisis: reeds na twee haltes stapt hij in,
tenger matroos, met stoute billen. Het is als roeren
in een vuurtje dat amper nagloeit, nee sterker,
als roeren in een vuurtje dat reeds lang gedoofd is.
Het eregeld aan twee mensen die het graf
reeds in de verte zien opdoemen,
lijkt eerder een wrange grap, daar schele Piet
reeds met uw tenen trekt: links- en rechtsonder
is de funeste invloed van de hondenurine reeds te zien.
Daar slaat de lezer reeds toe,
de kunst is in beweging blijven.
Dit dus, zoals ik reeds zei,
helemaal terzijde.bron
- de Contrabas: Felicitatiedienst: Ellen Deckwitz 22 Aug 2010Dichter Ellen Deckwitz: De Contrabas is voor mij wat voor anderen Nu.nl is: de laatste nieuwtjes, achterklap en weerberichten van de nationale en internationale poëziewereld. De charme ervan is dat deze site zich op vrijwel alle aspecten van de poëzie richt: beschouwend, literair-kritisch, wetenschappelijk maar ook het woord laat aan dichters, chroniqueurs en critici. Ik denk dat ik veel meer gedichten had kunnen schrijven als ik niet zo vaak en zo lang op de Contrabassite zat. Maar ik denk ook dat ik dan minder kritisch naar mijn eigen werk was geweest, en bovendien minder geïnspireerd. Leve de Contrabas, en bij deze de hartelijke felicitaties!
bron
- de Contrabas: Felicitatiedienst: Dirk Leyman 22 Aug 2010
Poëziesite- en reactieforum De Contrabas bestaat vijf jaar (gefeliciteerd jongens!) en viert dat - het viel te verwachten - met een rondje om zich heen schoppen, naar Awater, naar Piet Gerbrandy en zo nog het een en ander. Chrétien Breukers omgordt de ooglap om éénoog in een imaginair land der blinden te vertolken: "Vijf jaar geleden was De Contrabas zo ongeveer de enige nieuwsbron voor poëzie. (...) Nu zijn we dat nog steeds. Omdat we alles bijhouden, en overal wel iets over te melden hebben - maar ook omdat de collega's van dagblad, opinietijdschrift, blog en website niet in staat zijn om hun journalistieke of redactionele taak te verrichten."
bron
- de Contrabas: Felicitatiedienst: David Troch 22 Aug 2010
Dichter, prins en performer David Troch:
slagroomiedereen houdt van slagroom op de aardbeitaartjes
van de bakker aan het kerkplein en de mannen willen
en sommige vrouwen willen, vooral op zondagochtend
als ze fris gewassen zijn, slagroom likken uit de navelputjes
van de bakkersvrouw en het weekendhulpje, want mannen
en sommige vrouwen zal het een zorg zijn dat het vetgehalte
van de slagroom die de bakker eigenhandig klopt dertig à
veertig procent bedraagt en dat de bakker voor de garnering
van zijn aardbeitaartjes geen slagroom met minder calorieën
uit een handige, door lachgas aangedreven spuitbus gebruikt,
een spuitbus die de ozonlaag afbreekt zoals iedereen die wel
eens in de supermarkt koopt om ze maar op één zomeravond
kwistig op schepijs uit diezelfde supermarkt te spuiten en om
ze daarna in de koelkast te vergeten zodat er al snel schimmel
in die koelkast komt, nee, door wat details laat iemand die van
aardbeitaartjes met slagroom houdt zijn eetlust niet bederven.bron
- de Contrabas: Felicitatiedienst: Frank Hellemans 22 Aug 2010
Van Knack Boekenburen, net 1 jaar geworden, Frank Hellemans:
Keep up the good work voor de poëzie! Jullie zijn een verademing met interventies vol lef en reacties die er - meestal - mogen zijn. Knap dat jullie al vijf jaar het goede voorbeeld geven en het net gebruiken waarvoor het o zo goed is: kort op de bal instant posts en directe oprispingen from the heart. Een groot hart voor literatuur that is! Ik voel me een broekie nu we met Knack Boekenburen pas de kaap van 1 jaar hebben gerond... Collegiale en sympathiserende groeten!
bron
- de Contrabas: Felicitatiedienst: Ton den Boon 21 Aug 2010
Uitgever, hoofdredacteur van de Dikke Van Dale en beheerder van het blog Taalbank: Ton den Boon:
Het zal wel door de herkomst van contrabas komen - het Nederlands heeft het woord geleend uit de taal van Petrarca, Dante en Leopardi – dat de eigenlijk totaal oneigenlijke naam voor dit polemisch poëziemedium inmiddels toch heel behoorlijk is gaan wennen:De Contrabas. Dat komt natuurlijk niet doordat contrabas in wezen héél lyrisch (nou ja) 'van een lagere toon dan de bas' betekent, maar door de aangenaam tegendraadse associaties die het woorddeel contra- pleegt op te roepen. Onwillekeurig herinnert contrabas immers aan contrabande, aan contramine, aan contradictie in de oorspronkelijke betekenis van 'tegenspraak', aan contrarie, aan contra rationem en aan contraveniëren. En dat staat voor wat ik gelukkig nog regelmatig op De Contrabas lees - tussen het dagelijks nieuws over wat Kloos ooit aanduidde als die 'zachtogige maagd, die, ons de hand reikend op de levensbaan, met een glimlach leert bloemen tot een tuiltje te binden’ - namelijk gebrom op poëtisch geblaat, gemor over literaire humbug, en gemurmureer over dichterlijke aanstellerij. Contrabassisten, brom zo voort!
bron
- de Contrabas: Felicitatiedienst: Kees Klok 21 Aug 2010
Medewerker van het eerste uur, Kees Klok:
De Contrabas bestaat vijf jaar. Dat weet ik, want dat deelde Chétien Breukers mij mede. Ik kan dat bovendien nagaan in mijn dagboek, want ik was vanaf het begin bij de website betrokken. Ik kwam tot De Contrabas via Poëziepamflet van Ton van 't Hof, waaraan ik weleens een bijdrage leverde, meestal een vertaling. Ton en Chrétien gingen samen op weg met met De Contrabas en ik wandelde mee. In mijn bagage vooral bijdragen voor Stanza, een enkele keer een nieuwsbericht of een recensie. Eén keer een interview. Vijf jaar...merkwaardig dat het nog maar zo kort is. Voor mijn gevoel is De Contrabas een instituut dat veel langer bestaat en wat mij betreft niet meer weg te denken is van het internet. Niet voor niets is het de startpagina op mijn computer. Een nieuwsbron waaraan ik mij laaf, waar ik nu en dan schaterend bij lach, waardoor ik ook weleens diep geraakt word. Door De Contrabas heb ik meer en gemakkelijker collega's leren kennen, vrienden gemaakt en een gezonde hekel ontwikkeld aan een enkele blaaskaak die de reactiefunctie misbruikt. Die reactiefunctie, vraag ik mij weleens af, moet dat wel? Ja, toch maar behouden, denk ik dan. Er worden ook heel verstandige dingen gezegd. De Contrabas is voor mij een venster waardoor ik graag kijk vanuit Dordrecht, 'die waterige uithoek van Nederland,' volgens Adriaan Morriën, en al helemaal vanuit Thessaloniki, waar ik een deel van het jaar woon en werk. Ik zou de Contrabas voor geen goud meer willen missen. Vijf rijke jaren De Contrabas! Chrétien, Jan en Ton (die na het beëindigen van zijn drukke baan hopelijk in de familie terugkeert): ik hoop op nog vele lustra.
bron
- de Contrabas: Felicitatiedienst: Ton van 't Hof 21 Aug 2010
Mede-oprichter Ton van 't Hof:
"Denkend aan De Contrabas zie ik vijf jaar noeste vlijt over de elektronische snelweg gaan, rijen gedichten populaire berichten als uitgevouwen duimstokken aan den einder staan; en in die parallelle ruimte verzonken gevestigde belangen verspreid over het land etc. De tijden veranderen er gloort hoop etc. en in alle gewesten wordt zijn stem gevreesd en gehoord."
bron
- de Contrabas: Felicitatiedienst: Eva Mouton 21 Aug 2010
De komende dagen plaatsen we nu en dan binnengekomen "felicitaties" van collega's, vrienden en kennissen. We beginnen met een mooie reeks buttons van tekenaar en schrijver Eva Mouton. Heb jij ook iets te vertellen over ons? Een liefdesverklaring, een schreeuw van haat – wat dan ook; mail het naar dit adres.
bron
- de Contrabas: Vijf jaar De Contrabas (1) 20 Aug 2010
Vijf jaar geleden begon ik incidenteel te rommelen in het gezellige onderonsje, dat de vaderlandse poëziewereld is. Niet om er iets aan te veranderen, uiteraard, want dan kun je net zo goed meteen (of beter) tegen een blinde muur gaan praten, maar gewoon – omdat het kon. De steen in de vijver heeft in elk geval kringen gemaakt. Dat is altijd een fijn gezicht.
Vijf jaar geleden schreef Piet Gerbrandy recensies voor De Volkskrant (oplage rond de 250.000). Nu, in 2010, werkt hij voor de papieren versie van De Groene Amsterdammer (oplage rond de 10.000). De evolutie is hard, en genadeloos. Mij stemt het hoopvol, en misschien mag ik nog meemaken dat de recensent die het woord "overbodig" gebruikt om poëzie mee aan te duiden met pensioen gaat. Zolang Gerbrandy invloed heeft, biedt een blog als De Contrabas een noodzakelijk tegenwicht.
Vijf jaar geleden waren er allemaal weblogs en websites die er nu niet meer zijn. Wie weet nog hun namen? Niets is zo breekbaar als digitale aanwezigheid. Die moet, dag in dag uit, bevochten worden.
Vijf jaar geleden leek Awater een interessant poëzietijdschrift te worden. Nu is het verworden tot het equivalent van een parochieblad, gemaakt door redacteuren die een groot deel van de poëzieproductie met opzet overslaan. Daarom is en blijft er een niche voor een minder subjectieve, politiek-gestuurde informatiebron.
Vijf jaar geleden was De Contrabas zo ongeveer de enige nieuwsbron voor poëzie, zeker nadat Bart FM Droog Rottend Staal op een steeds lager pitje zette. Droog is overigens dé pionier in dit "veld", en daarvoor verdient hij de eer (die hij er nog niet ten volle voor heeft gekregen).
Nu zijn we dat nog steeds. Omdat we alles bijhouden, en overal wel iets over te melden hebben – maar ook omdat de collega's van dagblad, opinietijdschrift, blog en website niet in staat zijn om hun journalistieke of redactionele taak te verrichten.
Morgen bestaan we vijf jaar – te kort om terug te blikken. Van terugblikken komt melancholie en dan vermindert de drive om onze collega's voortdurend het juiste pad te wijzen. Ze zouden ons nog gaan missen. En dat gunnen we ze niet.
bron
- de Contrabas: Nieuw stadsgedicht Peter Holvoet-Hanssen 20 Aug 2010
"Samen doorploegden Charl-Pierre Naudé en stadsdichter Peter Holvoet-Hanssen de geschiedenis van Antwerpen. Op het dak van het MAS zie je het reusachtige havengebied - zo onbekend bij de Antwerpenaar en zo belangrijk voor zijn welvaart. In vervlogen tijden, toen de zee wegtrok en zandbanken overbleven waarop de eerste nederzettingen kwamen, geloofde men dat hier ooit reuzen geleefd hebben. Als er walvisbeenderen werden opgegraven, zei men: zie, Druon Antigoon en de zijnen, ze moeten echt hebben bestaan. Antwerpenaren zijn een volk van reuzenmakers. Maar ook van dwergen: de poesjenellen. Die stangpoppen hebben geen last van een dikke nek, integendeel, ze geven er kopstoten mee. De commedia dell'arte bracht deze 'Poesjes' voort. Maar: 'horen wil wie hoort'."
Informatie over dit project op de website van Antwerpen Boekenstad. Het gedicht van Holvoet-Hanssen staat hieronder, het gedicht van Charl-Pierre Naudé is hier (in pdf) te lezen: Download Reusegedig_Charl_Pierre_Naudé
bron
- de Contrabas: Avondeditie, zonder commentaar 19 Aug 2010"Yerna Van den Driessches (1949) debuutbundel, die Reconstructie heet, is geschreven naar aanleiding van de gruwelijke dood van Alice, aan wie de bundel is opgedragen: ‘In memoriam mijn zus Alice’. De flaptekst laat er geen twijfel over bestaan – of het zou hier om een gruwelijk misplaatste grap moeten gaan –: ‘De aanleiding […] tart alle verbeelding: Alice, de zus van de dichter, wordt in augustus 2007 dood aangetroffen in haar woning. Zonder gezicht. Naast haar zat de hond.’" (Pascal Cornet, eerder verschenen in Poëziekrant) - Pascal Cornet over zijn 3000 blogberichten.
‘(…)
Ik huil nog met een erectie
om wat ik niet bemind heb
zwerf ontzield; niets ontziend
en als ik uit het water klim
mijn verweekte spieren droog
(wijf dat ik geworden ben!)
(...)Afkeer, Byrons laatste Canto. Lees de vertaling op het blog van Serge van Duijnhoven.
De diepere betekenis van de reactieknop, een nieuwe academische studie-richting in wording : Silliman’s comment monster (part 1) (part 2) (part 3)
Shivanis, 1600 reacties:
"It’s the kind of piece tailor-written for a comment stream, and it has achieved its goal. Well over a thousand comments now. What is accomplished by any of it? The post itself has a lot of the qualities we associate with comments from a comment stream: short attacks with a snarky generalization. Is stirring things up in this way at all useful? " John Gallaher
bron
- de Contrabas: L. Th. Lehmann 90 jaar 19 Aug 2010
Vandaag wordt L. Th. (Louis) Lehmann 90 jaar, net als, eerder deze week, Van der Graft. Een behoorlijke leeftijd voor iemand die in 1947 al voor het eerst een bundel Verzamelde gedichten publiceerde. Op de website van zijn uitgeverij (De Bezige Bij) is dat geen nieuws, hier wel. Om het bereiken van dit kroonjaar kracht bij te zetten, komt de Bij met twee nieuwe uitgaven: een herdruk van De pauwenhoedster, een roman uit 1955, en Schoon schip, een bundel met teruggevonden gedichten. De redactie wenst Lehmann een fijne verjaardag! (Foto: Dichters in de Prinsentuin 2000, Petra Else Jekel.)
bron
- de Contrabas: Wat deed Carlos in dat bootje? 19 Aug 2010
"Dat was de laatste keer dat ik Carlos Hugo zag. Maar wat deed hij toch alleen in dat bootje?" Theodor Holman overpeinst.
De dichter Alexis de Roode en de kunstschilder Orlando Willems vormden in hun jeugd het theaterduo De Knetters. En nu, vele jaren later, hebben ze elkaar weer gevonden in de expositie: Voices off the wall (schilderijen en gedichten in gesprek) in Het Louis Hartlooper Complex.
Passage bericht: "Joost Oomen, derdejaars student Nederlands, is de nieuwe huisdichter van de Rijksuniversiteit Groningen. Komend studiejaar schrijft hij gedichten over de academische wereld en het studentenleven voor de universiteitskrant UK en wil hij de universiteit 'wakker schudden'. Te beginnen bij de opening van het Academisch Jaar, 6 september.""Op 21 juli 1982, de dag waarop ik 39 werd, zwierven R. en ik door Wales en onze wegen leidden onherroepelijk naar Laugharne om daar de woonstee van Dylan Thomas te bezoeken. Geen pelgrimstocht maar pure nieuwsgierigheid bracht ons naar het huis van de bewonderde dichter. Ik herinner me een knusse, aangename woning waarin zichtbaar niet meer werd geleefd. Vanaf het terras hadden we een prachtig uitzicht over de Ierse Zee en Caldey Island ,het eiland van de zwijgende monniken. We dronken er thee en keuvelden wat met de vrijwilligsters die de nagedachtenis aan Dylan Thomas in hun dorp in stand hielden." Hans van de Waarsenburg over het boothuis te Laugharne, deel 1 en deel 2.
bron
- de Contrabas: Van der Graft in Trouw 19 Aug 2010"Met zijn in bijbelse beelden gegoten gedachten, zijn gebeden en zijn liederen heeft dichter Willem Barnard protestanten teruggebracht naar hun vroegchristelijke en katholieke wortels. Deze week werd Barnard 90 jaar. 'Zijn liedpoëzie buitelt van de verbazing en de vreugde.'" In Trouw wordt aandacht besteed aan de verjaardag van de dichter Van der Graft, net als op dit blog, eerder deze week.
bron
- de Contrabas: Poëzie vertalen op Facebook 19 Aug 2010
Vanavond werd de winnaar bekend gemaakt van de derde editie van het Facebook-fenomeen 'Vertaalwedstrijd'. Erik de Smedt gaat er met de prestigieuze prijs vandoor, en mag het te vertalen gedicht voor de volgende editie uitkiezen. De Vertaalwedstrijd ontstond op initiatief van Emma Burns. Tijdens de eerste ronde bedacht Rutger H Cornets de Groot dat een uitwisseling van rekkelijke en precieze ideeën over het vertalen van poëzie betrekkelijk vruchteloos is zolang de harde praktijk daar niet bij wordt betrokken.
Van de inmiddels meer dan 170 leden tellende groep, onder wie mensen van naam en faam, buigen zich elke editie ongeveer een dozijn mensen een maand lang over een enkel gedicht. Ze gaan de moeilijkheden en valkuilen na in het forum en leveren ten slotte de naar hun inzicht beste vertaling anoniem in bij de wedstrijdleider. De komende edities is dat Adriaan Krabbendam. Deze kent aan elke inzending een nummer toe en legt ze dan opeenvolgend ter beoordeling voor aan de groep. Na enige tijd, wanneer de discussies zijn uitgewoed, worden de namen bekend gemaakt, en daarmee de winnaar.
Winnaar van de vertaalwedstrijd: dat staat pas goed op je CV! Facebookleden kunnen zich hier aanmelden.
bron
- de Contrabas: Poëzie, geknipt voor de nieuwe technologie 18 Aug 2010
'Smartphones zijn duidelijk het beste wat de poëzie kon overkomen sinds de boekdrukkunst' jubelt de New York Times. 'Een sprekend voorbeeld: op een dineetje bij een vriend gingen we na het dessert op de sofa zitten om door zijn poëziecollectie te bladeren. Tevergeefs zochten we naar Litany van Billy Collins, tot ik mijn iPhone bovenhaalde en een Web versie tevoorschijn toverde in 30 seconden.' >> lees Bob Tedeschi's overzicht van de vele poëzie-applicaties voor de iPhone. Van de uitgebreide zoekmachine van Poetry Foundation tot de gratis B-Rhymes iPhone app voor dichters in rijmnood, allemaal na te lezen op de New York Times.
bron
- de Contrabas: Hedendaagse poëzie uit Kroatië: Ana Božičević 18 Aug 2010
De New Yorkse poëzie-scene heeft alleen woorden van lof voor het werk van de Kroatische dichteres Ana Božičević, die op twintigjarige leeftijd haar vaderland verliet voor New York waar ze besliste om definitief in het Engels te schrijven. Haar stijl is zowel minimalistisch als bruisend. Aanvankelijk was ze aangetrokken tot het Europese surrealisme dat ze nadien in haar Engelse verzen verwerkte. Volgens Božičević gaan de scherpe waardeoordelen over stijl (traditionelen versus postmodernen bijv.) vooral over klasseverschillen en is de poëzie slechts het kleine prinsje in die machtsstrijd.
"Poëzie is het kind dat zich vermaakt op dat slagveld, de enige die doorheeft dat het allemaal een spel is. Ik heb het vaak over surrealisme maar ik geloof niet echt dat er zoiets als surrealisme bestaat - ik gebruik het woord voor het gemak en als knipoog naar de traditie, ik speel ermee... Eigenlijk wil ik mijn stijl niet definiëren in lijn met of lijnrecht tegenover een andere stijl. Geniet, en schrijf wat je graag schrijft."
Lees het interview en zes gedichten op 3:AM.
Ana Božičević werd geboren in Zagreb in 1977. Ze emigreerde naar New York in 1997. Stars of the Night Commute (Tarpaulin Sky Press, November 2009) is haar eerste dichtbundel. Dit jaar verschijnt van haar, Depth Hoar, bij Cinematheque Press. Met haar partner, de Amerikaans dichteres Amy King, programmeert ze de lezingenreeks The Stain of Poetry in Brooklyn. Ze werkt in de City University of New York. Meer informatie is te vinden op haar blog nightcommute.org.
In dit filmpje spreekt ze over '5 poets who changed my life':
Ana Božičević on "5 Poets Who Changed My Life" for the Lambda Literary Foundation. from Ana Bozicevic on Vimeo.
bron
- de Contrabas: Buiten de krant om – Foei dan 18 Aug 2010
Sommige boeken liggen goed bij "de lezers", andere boeken zijn populair bij "de recensenten". Sommige boeken bereiken beide groepen, in een gelukkig huwelijk van kwantiteit en kwaliteit. Meestal blijft het tobben. Nog vaker trekken "de recensenten" op den duur hun vingers af van de boeken die "de lezers" wél behagen. Voor de verkoop van die boeken heeft dat inmiddels geen enkel effect (meer): die blijft onveranderd hoog.
Iedereen blij, zou je zeggen. Maar helaas. In een column van maandag 16 augustus laat Toef Jaeger doorschemeren dat het wat haar betreft nu maar eens afgelopen moet zijn, met dat gepromoot van boeken, zolang het niet gedaan wordt door "de recensenten", een stellingname die culmineert in een veelzeggende uitlating: "Waarom deze omslachtige weg naar de lezer?"
Die "omslachtige weg" – een mailing-actie die lezers direct aanspoort om een preview te lezen van het nieuwe boek van Paulo Coelho, is niet zozeer omslachtig, maar eerder ludiek, lijkt me. Jaeger ziet het echter breder: "Dat komt omdat Paulo Coelho wel populair is bij lezers, maar niet bij recensenten. Mond-tot-mond-reclame is dus hard nodig." Als de recensent geen kruisje over het boek slaat, en je wil je boeken verkopen, dan bevind je je als uitgever al snel op een hellend vlak, begrijp ik hieruit. Mond-tot-mond-reclame. Bah.
De boeken van Coelho lopen zowat zelf de boekhandel uit, naar de Ikea-kasten van vele "dankbare lezers", net als vroeger die van Isabelle Allende, dus of deze auteur veel mond-tot-mond-reclame nodig heeft? Ik weet het niet. Ik denk dat Jaeger hier buiten de markt rekent. Die doet wat zij wil, los van kranten, journalisten en opiniemakers. Vreemder is haar rotsvaste vertrouwen in de rol van de krant als middelende instantie tussen de kwaliteit en de lezer.
Haar uitroep "Waarom deze omslachtige weg naar de lezer?" – gedaan na een onschuldige mailactie voor het zoveelste (vertaalde) boek van een Braziliaanse zweefparkiet – maakt het oordeel van de literaire journalist of recensent groter dan het is; de verzuchting van Jaeger en de culturele werkelijkheid zijn niet helemaal congruent, als ik dat zo kan zeggen. Haar verzuchting is op niets gebaseerd. Behalve op een idee uit de moppentrommel die vol zit met de koekjes van oma Kwaliteit en opa Diepgang.
De boeken van Coelho die De Arbeiderspers – in een ver verleden zich inspannend om de lezer te verheffen, vanaf de jaren zeventig vooral gericht op de literaire fijnproevers – hebben niets met literatuur te maken, en hoeven dus ook niet zo te worden beoordeeld. Dat De Arbeiderspers ze toch het literaire veld in fietst, gebruik makend van een literair rendement uit het verleden, – dáár zou Toef Jaeger eens een stukje over moeten schrijven.
bron
- de Contrabas: Over de Vereniging van Aquariumliefhebbers 18 Aug 2010"Een trucje: vervang iedere keer als je het woord ‘Twitter’ tegenkomt, dat woordje door ‘Vereniging van Aquariumliefhebbers’. Volgens een schatting van internetbedrijf Twirus, dat Twitterstatistieken bijhoudt, zijn er nu 191.000 actieve Twitteraars in Nederland. Dat zijn minder mensen dan Nederland aan aquariumliefhebbers telt, [schreef] journalist Arjen van Veelen [gisteren] op de opiniepagina’s van nrc.next."
bron
- de Contrabas: Avondeditie 17 Aug 2010
Illustratie: Billy Collins (stiekemerd) pikt op deze polaroid een 'gedichcht' van Aram Saroyan
Van forumkoorts gesproken: "Shivani’s gefulmineer is dus niet in stilte overgewaaid – op het ogenblik van dit schrijven waren er 1671 rechtstreekse reacties, niet mis voor een blog over literatuur – en toont hoe het rommelt in de Amerikaanse literaire wereld." (zie Knack en ook deze site)
Geboren 16 augustus 1920 in Germany: Charles Bukowski's birthday.
Bob Dylan en Allen Ginsberg. (The New Yorker)
Claire Polders in de ban van "Ach lieve dichter. Veertien dagen onder jouw rieten dak, in jouw tweede huid, met jouw poëzie om me heen – ik leer je kennen. In mijn gedachten heet je allang geen Roland Holst meer. Je werd Adriaan en daarna Jany, want zo noemde iedereen jou."
Paul van Ostaijen in de reeks "Wilde mannen". Mannen op wie je verliefd wordt, maar met wie je beter niet trouwt."
"In Watou heerst opluchting bij de horeca dat na het vertrek van Mandelinck iemand het stokje heeft overgenomen, want er zijn veel gezinnen afhankelijk van de inkomsten. Zoals Erna en Guy van hotel Tussen dag en morgen."(Meander)bron
- de Contrabas: ‘Geen schrijvers meer? Dan ook geen lezers!’ 17 Aug 2010"Omdat hij niet geïdentificeerd kon worden en niemand hem miste, werden zijn goeddeels gecremeerde resten van gemeentewege naamloos begraven. De stadsdichter las een gedicht voor, getiteld ‘Wie was Aldi-tas?’. De AKO was na anderhalve maand weer open." Over een tas van de Aldi, een verwarde man en een wegwerpaansteker. Ulrik Unger, in Propria Cures.
bron
- de Contrabas: Interview Petra Else Jekel 17 Aug 2010
– Oer, een landschap in verzen ‘de vrouw is mythisch en aards’ –
Petra Else Jekel geeft een rondleiding langs de plekken in Sonsbeekpark, die voor haar zo belangrijk zijn. De eik met het bankje. De watermolens. De sompige wei, grens tussen de bebouwing van Arnhem en de beboste heuvels. Ze schreef eerder al een column serie over Sonsbeek voor de Gelderlander. Tijdens de beeldenexpositie Sonsbeek 2008 gaf ze er rondleidingen. Die eik werd voor haar een persoon waar je tegen praat. ‘Je moet onderdeel van het landschap worden. Filosofisch gezegd: als mens ben je ook natuur. Daar houd ik van.’ Sonsbeek park is een belangrijke inspiratie bron voor Petra’s debuutbundel Oer. Aan Oer ging een in eigen beheer uitgegeven voorpublicatie Hier waait het blad over de paden vooraf.
Als jong meisje dartelde Petra hier al in het rond. Ze associeert Sonsbeek met puurheid. Wel vraagt ze zich af of je in een kunstmatig landschap nog een authentieke beleving kan hebben. Haar antwoord is, dat het wel kan. ‘Het vraagt iets van openheid voor wat echt is in hoe je jezelf en het landschap beleeft.’
In haar bundel Oer duikt een vrouwfiguur op. Het is een bijna mythische, sprookjesachtige figuur. Maar één gedicht staat sterk in contrast met dit verheven beeld. Want hier wordt de vrouw zowat neergezet als een vrouw van lichte zeden. ‘De mythische vrouw is ook een aardse vrouw,’ betoogt Petra, ‘en het gaat over de vrouwelijke seksualiteit, waarover je vanuit de cultuur en geschiedenis niet zo vrij mag spreken. Het is god als vrouw,’ vertelt Petra, ‘in het ervaren van jezelf in het landschap ligt ook het ervaren van god.’ Het is ook een soort queeste naar de katholieke achtergrond van de dichteres, die ze verloochend heeft. ‘Ik ken katholieke sentimenten. Een vrouwenbeeld dat boven de velden hangt als een mistpartij.’
De bundel leest als een wandeling en aan het eind komen de vrouw en de ik persoon meer bij elkaar. Er zijn verschillende stemmen en personages. De hoofdstroom bestaat uit blokachtige strofes van drie of vier regels, flarden en haiku’s, die daar met hun dynamiek omheen zitten. Verschillende stemmen in een soort klassiekheid van toon en vorm. De blokken geven de bundel stevigheid en daardoor een soort van klassieke tijdloosheid. En dan is er een soort koor dat commentaar geeft, zoals in klassieke drama’s. Maar dat heeft de dichteres later bedacht.
De gedichten in de bundel Oer zijn in tien jaar tijd geschreven. Petra Else Jekel is dertien jaar als dichteres actief. ‘Het duurde lang voordat ik wist wat ik wilde. De bundel moest meerwaarde geven. Er moest een verhaal uit de verzameling gedichten spreken.’ En daar was ze heel lang nog niet aan toe. Na tien jaar ging Petra terug van Groningen naar Arnhem waar haar roots liggen. In Groningen had ze gestudeerd (ze werd tot huisdichter van de Universiteit benoemd) en gewerkt. In Groningen experimenteerde ze al heel erg met series vormen van haar gedichten, maar pas terug in Arnhem viel het kwartje. Ze begon haar gedichten te ordenen. Ze ordende haar gedichten bijvoorbeeld op dagdeel of seizoen, of het over een hij of zij ging. En de ordening werd steeds exacter, mathematischer. Ze kwam uiteindelijk op drie keer negen gedichten uit en dat was te veel. Toen heeft ze radicaal de beslissing genomen om dat ‘negen gedoe’ los te laten en heeft ze een keuze gemaakt voor gedichten die haar verhaal vertelden. Ze heeft de gedichten geprint en op de vloer gelegd en is er toen mee gaan schuiven.Een veel intuïtievere vorm van ordenen.
Eerder kwamen al gedichten van haar terecht in duizend en één verschillende bundels, waaronder de bundel Kut en klote gedichten, over de genitaliën. Daar had ze wel wat mee, want ze schrijft veel over seksualiteit, maar het was een initiatief van collega’s. ‘Voor mij is seksualiteit veel breder dan kut en kloten. Hoe zit je in je lichaam, je kleren? Wat is lekker om te eten? Je partner, alles wat je omgeeft?’
Op haar elfde werd Petra’s interesse voor de dichtkunst gewekt door de bundel Voor wie ik liefheb wil ik heten van Neeltje Maria Min. Het was een boekje uit haar moeders boekenkast en ze vond het heel fascinerend. Vooral de bezwerende poëtische toon. ‘Wat ik doe, lijkt daarop.’ Het boekje heeft haar erg beïnvloed en ze heeft het jaren gelezen als puber. Het heeft haar muzisch gevormd. ‘Schrijven over vrouwen, vrouwelijke ervaringen, familie, dat doe ik ook.’
Petra heeft ook veel met sprookjes, als mythe, volksverhaal en als manier waarop je droomt, denkt en fantaseert. Het heeft een universele structuur. In samenwerking met twee schrijfsters experimenteerde Petra ook met dit genre tijdens een sprookjesfestival voor kinderen in de herfstvakantie. Overigens betreurt Petra het dat sprookjes altijd als kinderverhalen worden gezien. ‘Dat is niet zo.’ Ze ziet sprookjes als landkaart van de psyche of ziel. Sprookjes zijn volgens haar ook gekuist door de kerk en waren vroeger minder moralistisch. ‘Veel sprookjes hebben mythologische verhaalstructuren, en zo werkt het ook in mijn eigen poëzie. Ook al heb ik het zelf niet door. Incestueus, kind wordt minnaar, de vrouw is een soort heks, maar ook een hoer. Dat staat in contrast met het culturele beeld, dat er van de vrouw bestaat.’
Het laatste gedicht in de bundel Oer was een soort wondertje. Ze kwam dat gedicht nog ergens tegen in haar computer. Het heeft ook geen thematische indeling. Het kwam er achteraan. Dit gedicht trof haar zo, dat ze haar redacteur belde met de opmerking ‘volgens mij moet deze erbij.’ Terwijl ze daarvoor helemaal niet wist dat er nog iets nodig was. Er is ook veel autobiografisch materiaal verwerkt in de bundel. ‘Het feit dat ik het heb gemaakt is autobiografisch. Het begint uit eigen ervaring.’ ‘Ik huil ook veel. En dat komt terug in de bundel.’
Haar lievelingsgedicht stond ook al in de voorpublicatie. In ‘hier waait het blad over de paden. ‘het water drijft de ingewanden aan,’ is een duidelijke vergelijking met het lichaam aanwezig. Want, zo zegt Petra, ervaringen zitten in het lichaam. ‘Het geeft iets procesmatigs aan en dat is mooi als metafoor.’
Petra ervaart wel, dat er in Arnhem minder een literaire scene is, dan in Groningen. Daarom wilde ze in Arnhem iets initiëren en begon ze bijvoorbeeld Schrijversplatform Arnhem en publieksactiviteiten en een dichtersavond tijdens de boekenweek. Op haar weblog over haar eersteling Oer publiceert ze ook werk van andere kunstenaars over dit thema. Ze vroeg schrijvers en schilders iets met ‘oer’ te doen. De kunstenaars, die op haar blog de revue passeren noemt ze ook oergasten. ‘Natuurlijk heb ik wat met beeldende kunst. Ik ben niet voor niets kunstgeschiedenis gaan studeren.’ Gek genoeg komen er ook filmpjes van zangeres Tori Amos op haar blog voor. Want Petra laat graag zien waar ze van houdt. ‘Tori is heel expliciet over seksualiteit en dat is zeker inspirerend.’ Naast Neeltje Maria Min vindt Petra ook Gertrude Starink heel mooi. Heel mythologisch. ‘Ze heeft haar oeuvre volgens een verhaal opgebouwd met vormprincipes, en dat ambieer ik zelf ook.’ Een ander voorbeeld voor Petra is Anne Carson. Zij doet experimenten met vorm, die het midden houden tussen poëzie en proza. Ze haalt clichés over mannen en vrouwen en seksualiteit overhoop.
Over de bladzijden van Oer zijn allemaal lijnen afgebeeld, die zijn opgebouwd uit kleine tekstjes. Eerst lijnen aan de bovenkant van de bladspiegel en daarna aan de onderkant. Dit is een soort sinus, zoals de overgang van de rand van Sonsbeekpark met de wei en de eik naar de heuvels een sinus is. Ook lopen er vijf gedicht (steeds maar één regel) dwars door de bundel, ook in sinus vorm, eerst boven en dan onder langs de paginaranden van de bundel. Eén van die gedichten gaat over een wandeling langs het Eemskanaal, waardoor Petra geïnspireerd raakte.
De bundel Oeris een landschap voor de ziel. Verheven en toch ook dicht bij de kleine dingen, die er toe doen in het leven. ‘Ik ben al in gesprek over een volgende bundel, maar ik schrijf ook proza-achtige stukjes,’ zegt Petra tot besluit, ‘Er komt zeker een volgend boek, maar daar kan ik nog niet veel over zeggen.’ Petra Else Jekel is ook bezig met het opzetten van een project in samenwerking met FN sounds in Zutphen. Ze wil graag iets met audio doen.
(c) interview: Lennert Ras
(c) foto: R. Jekel
bron
- de Contrabas: Kees Klok: Kronieken (5 + 6) 16 Aug 2010
Op 21 augustus bestaat dit weblog 5 jaar. Medewerker van het eerste uur Kees Klok viert dit jubileum met een aantal nieuwe fragmenten uit zijn kroniek, waarvan deel 1 (En vooral: de gordijnen dicht!) in 2008 bij Liverse verscheen. Deze fragmenten zullen terugkeren in het boek Idioten ontloop je nergens, dat binnenkort verschijnt en het vervolg is op En vooral: de gordijnen dicht!
5
Zondag, 6 november 2005:
Zaterdag in Amsterdam op de bijeenkomst van het Genootschap voor Nieuwgriekse Studiën een verhandeling gehouden over de jongste ontwikkelingen op Cyprus. Daarvoor gaf Mark Janssen, tegenwoordig hoogleraar aan de Roosevelt Academy, een interessant college over het Cappadocisch. De herontdekking daarvan wordt hem, naar hij zei, niet in dank afgenomen door de Turkse overheid, wiens taalpolitiek nog steeds gebaseerd is op een rabiaat chauvinisme. Er waren weinig aanwezigen, misschien is zaterdag geen gelukkige dag, maar wanneer moet je zo'n bijeenkomst dan houden? Na afloop nog even nageborreld met Wim Aerts en Gunnar de Boel. Hero Hokwerda moest direct terug naar Groningen voor een concert. Wim Aerts moest hartelijk lachen om de passage over hem in Warren, die ik hem liet lezen (Geheim Dagboek, zeventiende deel, 1987-1990, pagina 60).
Vanmiddag een goede presentatie van Jan Eijk zijn tiende bundel, Een olifant met geheugenverlies, bij galerie Intermezzo. Jan was in vorm en las indrukwekkend voor. Een duo (viool en piano), waarvan ik de naam had moeten noteren, de violiste kwam uit IJsland, speelde prachtige muziek van onder andere Sibelius. Nadat Jan, van wie we alles hebben op wat bibliofiele frutsels na, het boek had gesigneerd, zijn we aan de wijn gegaan, zij het met mate. Eindelijk kennis gemaakt met Carolien van Santen, na drie jaar minimaal e-mail of telefonisch contact. André v.d. Veeke was met zijn dochter helemaal uit Terneuzen gekomen. We zien elkaar te weinig, maar ja, hij woont daar beyond the pale, hoewel de afstand meer psychologisch ver dan echt ver is. Bijna al onze vrienden uit Dordt, die van Wagner & Van Santen op mijn instigatie een uitnodiging hadden gekregen, ontbraken. De psychologische afstand tussen Visser en Intermezzo is kennelijk groter dan die tussen Dordt en Terneuzen.
Dinsdag, 8 november 2005:
Warren eindigt dit dagboekdeel met de zware storm van 25 januari 1990, dezelfde die bij ons de tuinschutting omblies en het dak van het flatgebouw aan het begin van de straat meenam. Een wonder dat er toen niemand over de Krommedijk liep. Bij Warren stort de schoorsteen in en waait het dak van de aanbouw eraf. En dan? Cliffhanger...vervolg in het komende deel. Wat een kinderachtige, ingreep. Je eindigt zo'n deel eind 1989 of eind 1990, maar niet op 25 januari 1990 om je lezers een aantal maanden, meer dan een jaar, twee jaar misschien, in spanning te laten zitten!
Vanmiddag weer met een klas naar het Dordrechts Museum geweest. Vooraf koffie in café Mignon. Afgevallen bladeren van de platanen in de museumtuin zorgden voor een mooi, gefilterd licht. Jan Eijks ontroerende gedicht, Tuin Dordrechts Museum, hangt prominent naast de ingang. Ooit stuurde ik een exemplaar van Maatstaf naar het museum, met daarin mijn even mooie gedicht (ik zeg het gewoon maar zelf) Dordrechts Museum, maar daarop heb ik nooit enige reactie in woord of gebaar ontvangen. Dat doet overigens aan mijn sympathie, misschien moet ik wel zeggen, mijn liefde voor het museum met zijn schitterende collectie (vooral de 19e eeuw) niets af. Afgewezen minnaars zijn ook minnaars.
6Maandag, 14 november 2005:
Drie uur rapportvergaderd en de rest van de dag vrij. Zo zou het altijd moeten. Ik zit in Stella's werkkamer (en zij in de mijne) en besluit dat ik mijn vrije uren nuttig ga besteden door nu eindelijk eens werk te maken van het Revisor-essay over John Burnside. Na het schrijven in mijn dagboek, want al staan de meeste van mijn dagboekcahiers voornamelijk vol met feiten die alleen voor mij interessant zijn, toch zie ik het dagboekschrijven als een even grote opdracht als het schrijven van gedichten. De schrik slaat me om het hart als ik bedenk wat er na mijn dood met die dagboeken kan gebeuren. Ik zou iets moeten regelen, want anders is de kans groot dat Wouter Noordewier zijn voorspelling uitkomt en alles met het oudpapier meegaat.
Gisteren naar Eindhoven gespoord voor de presentatie van de Meanderbloemlezing. Een mooi boekje, goede voordrachten en leuk om een aantal medewerkers waarmee ik regelmatig e-mail, zoals Joop Leibbrand en Rob de Vos, persoonlijk te leren kennen. Edith de Gilde had mijn gedicht 'Meisjesbad' gekozen om voor te dragen, wat me verraste en waar ik door ben gevleid. Kennisgemaakt met Philip Hoorne en zijn vrouw, die ik nauwelijks kon verstaan, maar dat komt meer door mijn slechte gehoor dan door haar Vlaams, denk ik. We kochten zijn nieuwste bundel, die Stella inmiddels al heeft gelezen.
Joop Leibbrand sprak over de spagaat in Meander tussen amateurdichters en de literaire bovenwereld. Dat woord amateurdichters, daar moeten we vanaf. Bedoeld wordt dichters die niet bij een erkende uitgeverij publiceren, maar 'het publiek' denkt nog altijd aan rijmelende kruidenvrouwtjes. Onder die zogenaamde amateurdichters, een woord dat ik hierna nooit meer wil gebruiken, zitten ook goede dichters, zoals bijvoorbeeld Fa Claes, die bewust niet bij een erkende uitgeverij wil en liever zelf zijn boeken uitgeeft.
Na afloop bijgepraat met Patty Scholten, die vertelde dat de redactie van De Tweede Ronde de hoop nog niet heeft opgegeven op het vinden van een nieuwe uitgever. Omdat Eindhoven ons buitengewoon onaantrekkelijk leek om in uit eten te gaan, hebben we rond zes uur de trein terug naar Dordt genomen. We vonden de Italiaan gesloten. Op zondag dicht, dat schijnt de nieuwste gril te zijn. Doorgelopen naar de Passant en daar uitstekend gegeten, maar we moesten wel in een soort kelder zitten, vanwege de drukte. Achteraf maar goed, want het was er relatief rustig, terwijl boven een ploeg tetterend achterbuurtvolk zat. Door een sfeervol verlicht havenkwartier naar huis gelopen. Wat is Dordt toch mooi als de inwoners binnen zitten. Thuis tevreden ingedut bij de open haard.
Woensdag, 16 november 2005:
Bij eerste lezing was ik nogal enthousiast over de bundel Duckstad aan de Amstel van Ramona Maramis. Bij kritische herlezing bleef er nog maar een handvol gedichten over waarvan ik denk dat ze de tijd zullen doorstaan. Iets te veel beïnvloed door het aantrekkelijke voorkomen van de dichteres op het omslag, vrees ik.
Om 22.00u belde Richard v.d. Dool: eind volgende week is In dit laagland gereed. Hij mailt vast het omslag, zodat ik dat kan doorsturen naar Bart F.M. Droog. Bart werkt samen met Ton van 't Hof aan een internetsite die een publieksprijs voor in 2005 verschenen bundels gaat uitloven. Ze maken er op het internet al volop muziek voor, zowel op Rottend Staal als op de Contrabas. Het omslag bestaat uit een fragment van een van Richards schilderijen, met daarop in witte belettering de titel en de naam van de dichter. Het ziet er zo mooi uit, dat ik er zelfs een beetje door ontroerd ben.
(c) Kees Klok
bron
- de Contrabas: Avondeditie 16 Aug 2010
"In zeer besloten kring is zondag in de Geertekerk de 90e verjaardag gevierd van dichter en predikant Willem Barnard, beter bekend onder zijn pseudoniem Guillaume van der Graft." (Het portret links werd gemaakt door Kees Wennekendonk en aangeboden aan Willem voor de gelegenheid van zijn verjaardag)
Freud en WB Yeats voor iedereen.
Outside of a dog: “bibliomemoir” van schrijver, radiocolumnist bij de BBC en handelaar in zeldzame drukken en manuscripten Rick Gekoski. (Johan De Haes)
De Gids maakte deze zomer een themanummer over en voor de betreurde Herman Franke
Literair tijdschrift zoekt rekenknobbel.
Tim Foncke wil "Tipp-Ex-kramen uit de grond stampen in straten waar schrijvers wonen. Leonard Nolens, Bernard Dewulf en Aster Berkhof schrijven hun eerste versies nog steeds met de hand en vooral Dewulf staat bekend om zijn vele doorhalingen."
Foto: Anouk Prins
bron
- de Contrabas: Elvis Presley - † 16 augustus 1977 16 Aug 2010
- de Contrabas: Benno op bezoek bij Dylan Thomas in Laugharne 16 Aug 2010"Dit is dus het huis waar de dichter in 1949, vijfendertig jaar oud, kwam wonen. Het was gekocht door zijn mecenas Margaret Taylor, die er recent waterleiding en elekriciteit had laten aanleggen, al zou het altijd vochtig en koud blijven, en oncomfortabel en veel te klein voor een gezin met drie kinderen. Maar hartstikke poëtisch is het er wel, helemaal zoals de lijkbiddende, fetisjbeluste literaire toerist het graag heeft.
In deze schrijn van het thomisme is alles zoals het was toen hij er woonde. In het popperige woonkamertje staan de leunstoelen die zijn achterwerk hebben gedragen en tikt de pendule waarop zijn dagen zijn verstreken. Een autootje en een zakmes van zijn kinderen liggen opgebaard in een vitrine. Ik bekijk zijn parafernalia, waaronder een paar manchetknopen. Foto’s uiteraard. Manuscripten natuurlijk. Boeken vanzelfsprekend. Zijn dodenmasker! Alleen zijn laatste ademtocht wordt hier niet onder een stolp bewaard."
Lees het verslag + een vertaling van In my craft of sullen art (Als handwerker of droeve bard) op Knack.
bron
- de Contrabas: Exit Flarf?, Ezra Pound, John Olson, Helen White 15 Aug 2010
In de reeks 'waar of niet waar' een I.M. flarf door Ton van 't Hof
In de reeks 'de slechtste CD ooit gemaakt' een muzikaal misbaksel van Ezra Pound."Hun gedichten zijn "woordsalade", ze bevatten obsceniteiten en elk denkbaar taalafval. Wat ze hiermee bereikten, was een onbarmhartige vernietiging van de aura van hun scheppingen, die ze met de middelen van de productie het brandmerk van een reproductie opdrukten. Ten overstaan van een flarfsel is het onmogelijk tijd te nemen voor concentratie en beoordeling, zoals men bij een gedicht van Rilke zou doen. In de neergang van het burgerdom werd contemplatie tot een school voor asociaal gedrag; de verstrooiing als variant van sociaal gedrag is hierop een reactie."
"Pound’s throwback medievalism from two operas Le Testament and Cavalcanti set French, Italian and Provencal texts, and the singers go after them with guttural abandon. Shrieks, that husky form of vocalizing, something that sounds like Sprechstimme — all are on display here. Stravinsky and Satie knew how to make this sort of thing sound like music, but it eluded Pound. The works date from 1920 to 1933, in case anyone cares."
In de reeks niet te stuiten laatbloeier: 'poet of excess and expansion' John Olson:
It sounds funny but an orange
is not a televisionso much as the imagination
of a limb.
(uit Swarm of Edges, 1996)(John Olson heeft een eigen blog tillalala, een essay van Olson over artistieke autonomie via De Contrabas)
In de reeks een van de wonderbaarlijke vrouwen uit het Deus Ex Vagina-nummer, Helen White:
bron
- de Contrabas: Henry Bauchau en Liliane Wouters op TVLivre 15 Aug 2010
Bart Van Loo presenteert voor zijn TvLivre twee kloeke namen uit de Frans-Belgische letteren: Henry Bauchau en Liliane Wouters. (Via bleu.blanc.rouge)
H. Bauchau en L. Wouters from bart van loo on Vimeo.
bron
- de Contrabas: Literaire tijdschriften in Amerika 14 Aug 2010
"Literaire tijdschriften zijn een van de meest waardevolle instituten van Amerika. Debutanten zetten er gewoonlijk hun eerste stappen. In tegenstelling tot commerciële uitgevers, zijn literaire tijdschriften op zoek naar grensverleggende literatuur en laten ze zich niet meeslepen door de literaire waan van de dag. Hun lange-termijn-visie is onmisbaar om de balans in evenwicht te houden. In dit land hebben we wellicht meer literaire tijdschriften dan de rest van de wereld samen. Sommigen varen al decennia lang een vaste koers, anderen duiken op uit het niets met nieuwe, avontuurlijke en verfrissende nummers.
Hoe vergaat het de literaire tijdschriften tijdens deze hoogdagen van het internet? Hebben ze te lijden van de besparingswoede die momenteel in de academische wereld heerst? Maakt dit eerbiedwaardig Amerikaans instituut kans op overleven of kent het - ondanks de nieuwe techonologieën - toch voorspoedige tijden?"
De hoofdredacteuren van enkele van Amerika's meest gewaardeerde kleine tijdschriften bedienden Shivani van antwoord op The Huffington Post. Dan Latimer, redacteur van de Southern Humanities Review bijvoorbeeld:
"It is astonishing to learn that the journals that spread Modernism over the globe rarely had a circulation over 1,000."
Zie ook dit bericht.
bron
- de Contrabas: De Dinogordel (niet) in e-books 14 Aug 2010Gezien bij Nick ter Wal: "Uitgeverijen zijn traag met hun e-books en hebben slappe smoesjes. Dirk Koppes over 'de Nederlandse dinosauriërs in de Amsterdamse grachtengordel'."
bron
- de Contrabas: Ingmar Heytze bezoekt de Out of the Blue kubus 14 Aug 2010
- de Contrabas: Deus ex Machina vraagt uw hulp 14 Aug 2010Nu het 133ste nummer van de persen rolt, mag de redactie met trots zeggen dat zij (en hun voorgangers) al het één en ander bereikt hebben. Onze themanummers hebben al quasi de literatuur uit alle landen bepoteld, heel wat grootmeesters als Franz Kafka en Paul Valéry in het licht gezet en kaarten voorts onderwerpen aan die gaan van cynisme naar verslaving over melancholie naar apocalyps. Allemaal heel erg interessant dus! Toch heeft het voor sommigen onder onze redactieleden ook een schaduwzijde, namelijk een berg tijdschriften die van kelder, over badkamer en slaapkamer naar de zolder opstijgt. Tijd voor een uitverkoop dus! En niet zomaar één: Vijf-Voor-Twaalf-uitverkoop.
bron
- de Contrabas: Avondeditie 13 Aug 2010
Schrijf een ode aan Federico Garcia Lorca en win een weekend voor twee personen naar Granada, dichtbij het dorpje Fuente Vaqueros waar Lorca is geboren.
De Dagboeken van C.O. Jellema, een monument van machteloosheid. En nog meer Jellema op Avondlog.
Dichters die gebruik maken van ready-mades en flarfgedichten krijgen niet de juiste vorm van kritiek. (interview met Tsead Bruinja op deRecensent)
Een roman in dagbladknipsels, L.P. Boon flarfist avant la lettre.
In En attendant Godot van Beckett houdt het personage Lucky een verwarrende monoloog wanneer hij het bevel krijgt om te denken. Geen monoloog, volgens deze academicus, maar een gedicht en wel een prozagedicht. (via 3:AM)
Hugo Claus, Willem Brakman en Roland Jooris: de kleren maken de schrijver. (foto)bron
- de Contrabas: The Struga Poetry Evenings 2001 - 2010 13 Aug 2010
"In plechtige processie trekt de stoet internationale dichters achter twaalf in het wit gestoken Macedonische bloemenmaagden aan, die asters strooien over de balustrade. Onder ons kolkt het water van de Zwarte Drim. Nobelprijswinnaar Seamus Heaney rijdt langzaam voorbij in een gepantserde Mercedes, begeleid door patrouillewagens van de zwaarbewapende Macedonische policija. Bij het bereiken van de overzijde worden vuurpijlen afgeschoten, tegelijk barst een ongenadig onweer los. Burgers zwaaien met hun parapluies. Geroffel klinkt vanuit de bergen. Of is het een militaire helicopter? Mannen in kogelvrije vesten kijken star voor zich uit, de loop van hun Zastava 7.62 pistoolmitrailleurs gericht naar de dikke spetters regen die kaatsen op de grond."
Macedonië 2001. Heaney krijgt de ‘Gulden Lauwerkrans', een prestigieuze prijs die jaarlijks wordt uitgereikt aan een dichter van wereldformaat tijdens het internationale Struga Poëziefestival. Serge van Duijnhoven maakte destijds een lijvig verslag, nu te lezen op zijn website. Dit jaar vinden The Struga Poetry Evenings 2010 plaats van 19 tot 22 augustus. De Gulden Lauwerkrans 2010 gaat naar de Bulgaarse dichter Ljubomir Levcev.
bron
- de Contrabas: 'Melktanden' van Martijn den Ouden 13 Aug 2010
Op Poëzierapport bespreekt Willem Thies het debuut van Martijn den Ouden: "Martijn den Ouden is in 2009 afgestudeerd aan de Rietveld Academie, afdeling Beeld en Taal. Zijn poëzie valt, als we onszelf toestaan te chargeren, in te schalen in de Rietveld-'school'. Den Ouden maakt gretig gebruik van de collagetechniek (net als andere dichters die de Rietveld-school heeft voortgebracht: Els Moors en, met name, Annemieke Gerrist). Dit is echter een werkwijze die Den Ouden al in het bloed zat. Vóór de Rietveld Academie verbleef hij in Engeland, waar hij documentairefilms monteerde.
Martijn den Ouden is een soort Bernard Wesseling meets Delphine Lecompte meets Erik Solvanger, maar bovenal is hij Martijn den Ouden."
Melktanden van Martijn den Ouden is uitgegeven door Querido, Amsterdam, 2010.bron
- de Contrabas: Toorop en Roland Holst 13 Aug 2010
"Anno 2010 is Roland Holst nog alomtegenwoordig in Bergen: een beeld in het centrum, poëzieflarden op muren. De prominentste Bergenaar. Charley Toorop blijft in zijn schaduw, maar op den duur zouden haar schilderijen het wel eens kunnen winnen van zijn verzen." >> aldus besluit Frits Abrahams zijn stukje op NRC over de liefdesrelatie tussen Adriaan Roland Holst en de schilderes Charley Toorop.
Een mooie impressie van Roland Holst is ook te lezen in dit zomerstukje: God speelt met zijn haren in de ochtend.bron
- de Contrabas: De Oral History van Joe Gould 12 Aug 2010
3:AM haalt een cult hero boven: Joe Gould, een zwerver van goede afkomst die zijn hele leven in New York met een map rondliep waarin hij alles noteerde wat hij hoorde. Oral history, zo noemde hij zijn levensproject. Aanleiding was een zinsnede van WB Yeats:
“One morning in the summer of 1917, I was sitting in the sun on the back steps of [Police] Headquarters recovering from a hangover. In a secondhand bookstore, I had recently come across and looked through a little book of stories by William Carleton, the great Irish peasant writer, that was published in London in the [1880s] and had an introduction by William Butler Yeats and a sentence in Yeats’ introduction had stuck in my mind: ‘The history of a nation is not in parliaments and battlefields, but in what the people say to each other on fair days and high days, an in how they farm., and quarrel, and go on pilgrimage.’ All at once, the idea for the Oral History occurred to me: I would spend the rest of my life going about the city listening to people - eavesdropping, if necessary - and writing down whatever I heard them say that sounded revealing to me, no matter how boring or idiotic or vulgar or obscene it might sound to others. "
EE Cummings schreef een gedicht over hem en Joseph Mitchell, redacteur van de New Yorker, schetste een levendig portret van ‘Professor Seagull’ waardoor Joe Gould bij een groter publiek bekend werd. Toen hij stierf maakt de NY Times gewag van een nalatenschap van 9,000,000 woorden. Later bleek de Oral History nooit te hebben bestaan. (3:AM)bron
- de Contrabas: TVLivre en de kat van Guillaume Apollinaire 11 Aug 2010"TVlivre zoomt vandaag in op wat schrijver-dichter Guillaume Apollinaire (1880-1918) werkelijk belangrijk vond in zijn helaas al te korte ondermaanse bestaan. Geen ronde cijfers: wel enige literaire, vriendschappelijke en feliene intimiteit." (meer Apollinaire op BleuBlancRouge)
De kat van Apollinaire from bart van loo on Vimeo.
bron
