september 2005


De mooiste muziek wordt met het hart gezongen en de ziel beleefd. De stem is slechts een instrument dat vaak zacht en af en toe hard klinkt.

Eten en drinken in overvloed, maar op een gemiddeld Hollands feest is livemuziek een uitzondering; men verkiest de eenvoud van elektrische herrie. Waarom eigenlijk? Het antwoord op deze vraag ligt natuurlijk bij de optredende muzikanten. Het mag een feest zijn, voor hèn is er weinig te vieren. Een pratende muur van gasten die met hun rug naar het podium staan, dat is hun uitzicht. En dat kan je een gewaardeerde muzikant niet aan doen. Maar goed, voor vrienden doe je alles.

FlamencodanseresDeze bevriende dame zong de graspollen uit de aarde, begeleid door een virtuoos spelende gitarist. “Bij de zigeuners opgegroeid, dan leer je wel schreeuwen”: vatte de vader van het feestvarken het optreden samen en vervolgde: “Mijn zoon heeft bij haar dansles gehad. Daar kent hij haar van. Mooi hè”

“Pluk de sinaasappel en gooi hem in één vloeiende beweging weg.” Dat is de flamencodans samengevat in één zin, leerde ik van een andere kenner. Een mooie oneliner. In ieder geval beeldender dan flamenco voor dummies. “…en veeg je hand dan schoon aan je jurk”, zou ik nog willen toevoegen, want die wapperende jurk doet elke koele kikker kwaken.

Flamencodansles voor de man, dat zou iets moeten zijn voor bootwerkers of leerlooiers, want wat doet de man? Wel, die staat er bij, draait met zijn heupen en klapt zijn handen stuk. Hij stuwt - verrassend ondergeschikt - het ravissante vertoon van vrouwelijkheid tot een ongekend hoogtepunt. Eelt kan je dus wel gebruiken als levende ritmesectie. Flamenco stamt volgens bronnen af van het Arabische Fellahmengu, dat boer zonder land betekent.

Hadden de Hollandse boeren behalve land ook geen klompen gehad en waren de Marokkanen wat eerder naar ons land verhuisd, wie weet wat voor mooie muziekgeschiedenis we dan in dit land gekend hadden. De muziek ontroerde mij, tranen in mijn ogen als sinaasappelen zo groot.

Ontmoetingen (2)

Misschien wou ik kunstenaar worden, ooit tenminste wel. Ik droomde over een leven gevuld met drank, en vrouwen, en zielloos geklieder op een doek, BKR-regelingen of tenminste een eeuwigdurend abonnement op de sociale dienst. Om alvast wat te oefenen ging ik naar de Rietveld. De vooropleiding.

Het begin zag er goed uit. Mijn schilderijen waren sterk en de docente fotografie prees mijn fotowerk. Mijn medeleerlingen, jaloers op mijn talent, gaven me de cynisch bedoelde bijnaam Guru, die ik echter in dank aanvaardde. Halverwege het jaar kregen we het vak beeldende kunst. De leraar heette Brad en was een knappe gedrongen man van een jaar of 40 met spierwit haar en scherpe, felle ogen. Hij gaf ons als huiswerk mee een object te maken over het thema “Tijd”.

Tsja wat doe je dan als aanstormend kunstenaar. Ik besloot om een brein van papiermaché te kokkerellen waaruit een halfverbrand boek stak en noemde dit: Herinneringen, verteerd door de tijd. Het zag er in elk geval schitterend realistisch uit. Dat vonden mijn medeleerlingen ook toen we op de Rietveld onze creaties ten toon stelden in het klaslokaal.

Toen kwam Brad binnen en werd het stil. Met de handen op zijn rug gevouwen liep hij langs de kunstwerken, af en toe onderbroken door een mompelend zo-zo. Voor mijn boek-met-brein stond hij stil, bekeek het van alle kanten en vroeg toen: `Van wie is dit?` De hele klas keek mij aan, en ik stak fier mijn hand op. Brad keek me een halve minuut onderzoekend aan en beet me toen toe: `walgelijk`. Ik voelde een diepe steen in mijn maag zakken en hoorde van heel ver weg iemand vragen: `Waarom is dat walgelijk meneer?`. Juist, dat was een goede vraag! Brad wees naar mijn gedevalueerde werk en zei met overslaande stem: `Dit, dit probeert zo overduidelijk mooi te zijn dat het irriteert, dat is geen kunst, dat is dat is….`. `Kitsch`, vulde iemand aan. `Geeneens dat` zei Brad minachtend, `hooguit een slechte Sinterklaas-surprise`.

Daarmee was mijn demasqué als kunstenaar een feit. Want Brad bleek werken van anderen briljant te vinden. Vooral van meisjes en nog meer van mooie meisjes en het meest van onzekere mooie meisjes. Die als een blad aan de boom voor de charmes van deze omnipotente kunstenaar vielen. Want niet ik maar Brad leefde zich uit in sex, kunst en drugs. Een vriendin vertelde me van een feestje met veel drank en cocaïne wat in een orgie uitmondde. Ook gingen er geruchten over zijn SM-voorkeuren. Brad in zwart leer gestoken met zweepjes over de billen van gedienstige sexslavinnen.

Later kreeg ik een baan, een relatie en een dochter. Brad zag ik nooit meer: strikt gescheiden milieu Rene Magritte. Tot vorige week toen ik naar de crèche ging om mijn peuter op te halen. Daar, midden op het speelplein van de crèche, liep Brad naast een vrouw. Een jochie rende op het paar af en riep verheugd, `papa, mama!`. Met het gevoel dat ik naar een absurdistisch tableau van Rene Magritte keek, observeerde ik de vrouw die Brad zover had gekregen dat hij het vaderschap had aanvaard. Ik zag een slonzige en verlopen vrouw van ver boven de veertig van wie de laatste eicel nog net door Brad was bevrucht. Of door een spermadonor, opeens leek alles me mogelijk.

Terwijl de vrouw hun zoontje oppakte, wendde Brad zijn blik af en dwaalde onrustig over het schoolplein om uiteindelijk te fixeren op een andere moeder die over het pleintje liep. Haar jurk waaide op en haar lange benen werden zacht beschenen door de namiddagzon. En verbeeldde ik het me nou, of hoorde ik hem echt zachtjes `zo-zo` mompelen?

Valid XHTML 1.0! Valid CSS!